“Laat uw hart niet ontroerd worden. U gelooft in God, geloof ook in Mij.” – Johannes 14:1 TELOS
Merrill Tenney legt uit: “Hij was, net als alle mensen, ten dode gedoemd. Toch bezat Hij de vermetelheid om van hen te vragen dat ze Hem tot voorwerp van hun geloof zouden stellen. Hij schilderde zichzelf af als het antwoord op de vraag naar de menselijke bestemming, en stelde duidelijk dat hun toekomst afhing van zijn werk. Hij beloofde een plaats voor hen te bereiden, en terug te komen om hen op te eisen.“ (Tenney, JGB, 213)



