1D.
“Er kwam iemand naar Hem toe die aan huidvraat leed. Hij wierp zich voor Hem neer” (Matteüs 8:2).
2D.
De blindgeborene valt voor Hem neer nadat hij genezen is en aanbidt Hem (Johannes 9:35-39).
3D.
De discipelen “huldigden Hem en zeiden: ‘Werkelijk, U bent Gods Zoon!’ “ (Matteüs 14:33 TELOS).
4D.
“Daarna richtte Hij zich tot Tomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’ Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’ Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je Me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven’” (Johannes 20:27-29).



