3C. Jezus vergeleken met anderen

1D.

De centurion “wierp zich eerbiedig voor [Petrus’] voeten ter aarde” maar Petrus zei tegen hem: “Sta op. Ik ben ook maar een mens” (Handelingen 10:25, 26).

2D.

Johannes viel aan de voeten van de engel van de Apocalyps neer “om hem te aanbidden“ maar deze zei: “Doe dat niet! Ik ben een dienaar zoals jij en zoals je broeders en zusters … Je moet God aanbidden” (Openbaring 19:10).

4C.

Zoals we zien eiste en aanvaardde Jezus aanbidding als God. Het is dit feit dat Thiessen ertoe bracht te schrijven: “Als Hij een misleider is, of zelf misleid is, en, in beide gevallen, als Hij niet God is, is Hij niet goed (Christus si non Deus, non Bonus.)” (Thiessen, OLST, 65)

De bekende theoloog en docent aan de universiteit van Oxford, Alister McGrath, voegt daaraan toe: “Binnen de Joodse context waarin de eerste christenen werkzaam waren, was het God, en God alleen, die aanbeden moest worden. Paulus waarschuwde de christenen in Rome dat er voortdurend het gevaar bestond dat mensen schepselen aanbaden, terwijl ze hun schepper zouden moeten aanbidden (Romeinen 1:23). Toch aanbad de vroege christelijke kerk Christus als God – een gebruik dat zelfs in het Nieuwe Testament duidelijk naar voren komt.” (McGrath, CT, 280)


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Optimized by SEO Ultimate