6C. De apostel Johannes

1D. Johannes 1:1, 14

“In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God… Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader.” – Johannes 1:1, 14

De Bijbelleraar en gewaardeerde theoloog R. C. Sproul merkt op over “het Woord” (Grieks: logos) in Johannes 1:1: “In dit opmerkelijke gedeelte wordt de Logos tegelijkertijd onderscheiden van God (‘was bij God’) en geïdentificeerd met God (‘was God’). Deze paradox heeft een grote invloed gehad op de ontwikkeling van de leer van de Drie-eenheid, waarin de Logos gezien wordt als de tweede Persoon van de Drie-eenheid. Hij verschilt als persoon van de Vader, maar Hij is één in wezen met de Vader.” (Sproul, ETCF, 105)

J. Carl Laney merkt ook op dat Johannes 1 een bevestiging is van “het eeuwige bestaan (vs. 1a), de persoonlijke onderscheidenheid (vs. 1b), en de goddelijke natuur van de Logos [het Woord] (vs. 1c).” (Laney, J, 37-38) De hellenist en grammaticus dr. Daniël B. Wallace zegt over de betekenis van deze Griekse constructie: “De constructie die de evangelist koos om zijn idee tot uitdrukking te brengen was de meest bondige manier om te zeggen dat het Woord God was en toch onderscheiden van de Vader.” (Wallace, GGBB, 269)

2D. 1Johannes 5:20

“We weten ook dat de Zoon van God gekomen is en ons inzicht heeft gegeven om de Waarachtige te kennen. En wij zijn in de Waarachtige, omdat we in zijn Zoon Jezus Christus zijn. Hij is de ware God, Hij is het eeuwige leven.” – 1Johannes 5:20

Ook hier aarzelt Johannes, die een ooggetuige van Jezus Christus is, geen moment om Hem “God” te noemen.


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Optimized by SEO Ultimate