1B. JHWH-HEER

Veel Bijbelvertalingen geven de naam van God als “HE(E)R(E)”. In het oorspronkelijke Hebreeuws bestaat het woord uit vier medeklinkers: JHWH, door ons weergegeven als Jahwe.

1C. Heilig voor de Joden

“De precieze betekenis”, schrijft Herbert F. Stevenson, “van de naam is niet duidelijk. In het Hebreeuws bestond hij oorspronkelijk uit vier medeklinkers JHWH – onder theologen bekend als ‘het tetragrammaton’ – waaraan later de klinkers van Adonai werden toegevoegd (behalve wanneer de naam voorkomt in combinatie met Adonai; in dat geval worden de klinkers van Elohim gebruikt). De Joden begonnen deze naam echter te beschouwen als te heilig om te worden uitgesproken, zodat hij in de openbare schriftlezingen werd vervangen door Adonai – Jehova was voor hen inderdaad ‘de 32onuitsprekelijke naam’.” (Stevenson, TTG, 20)

De bekende schrijver en theoloog dr. Peter Toon schrijft: “Deze naam werd met steeds meer eerbied behandeld, en in de tweede helft van de oudtestamentische periode spraken de Joden hem niet langer uit.” (Toon, OTG, 96)

L. S. Chafer merkt op: “De vermijding van het uitspreken van deze naam mag dan als puur bijgeloof beoordeeld worden, het was duidelijk een poging tot ontzag, hoe misplaatst ook. En ongetwijfeld heeft dit gebruik, met al zijn verwarrende gevolgen, op allen een diepe indruk gemaakt met betrekking tot het niet in woorden uit te drukken karakter van God.” (Chafer, ST, deel 1, 264)

De Jewish Encyclopedia (red. Isodore Singer, Funk en Wagnalls, deel 1, 1904) geeft aan dat de vertaling van JHWH met het woord “Heer” terug te voeren is op de Septuaginta. “Over de uitspraak van de Shem ha Metorash, de ‘onderscheiden naam’ JHWH, bestaat geen authentieke informatie.” Vanaf de Hellenistische periode werd de naam gereserveerd voor gebruik in de tempel: “Volgens Sifre Numeri 6:27, Misha Tamid, 7.2, en Sota 7.6 lijken de priesters de naam in de zegen slechts te mogen uitspreken in de Tempel; elders waren ze verplicht de soortnaam (kinnuy) ‘Adonai’ te gebruiken.”

De Jewish Encyclopedia citeert vervolgens de Joodse historici Filo en Josefus:

Filo: “De vier letters mogen alleen genoemd of gehoord worden door heilige mannen wier oren en tong gereinigd zijn door wijsheid, en verder nergens en door niemand.” (“Leven van Mozes”, 3, 41)

Josefus: “Mozes verzocht of God hem de kennis van zijn naam en de uitspraak ervan wilde bekendmaken, zodat hij Hem bij name kon aanroepen bij de heilige handelingen, waarop God zijn naam bekendmaakte, tot dusverre aan iedereen onbekend; en het zou een zonde zijn om hem te noemen.” (Josefus, AJ, 2.12.4)

2C. De betekenis van de naam

Wat we lezen in Exodus 3:14, en ook recent wetenschappelijk onderzoek, wijst erop dat JHWH moet worden opgevat als een vorm van het werkwoord haya, “zijn”. In het licht hiervan vallen uit de naam twee betekenissen af te leiden. In de eerste plaats, volgens Exodus 3:14, 15, is JHWH als naam een verzekering van de handelende, helpende en sprekende aanwezigheid van God. De “IK BEN” zal altijd bij zijn verbondsvolk zijn. Hij die nu is, zal ook zijn. In de tweede plaats, en gebaseerd op de verklaringen van Deuteronomium 4:39, 1Koningen 8:60, en Jesaja 45:21, 22, is JHWH de ene en enige God, die zich zowel boven als in zijn schepping bevindt; alle andere goden zijn slechts schepselen of projecties van de menselijke verbeelding. (Toon, OTG, 97)

3C. Christus spreekt over zichzelf als Jehova

Scotchmer, geciteerd door W. C. Robinson: “De gelijkstelling van onze Heer Jezus Christus met de Heer van het Oude Testament resulteert in een expliciet dogma van zijn godheid.” (Robinson, WSYTIA, 118)

Kreyssler en Scheffrahn schrijven:

Hij maakte aanspraak op het verbond van JHWH – of Jehova. In het 8e hoofdstuk van het Johannesevangelie lezen we: “…als u niet gelooft dat IK BEN, zult u inderdaad in uw zonden sterven.” (24); “Wanneer u de Mensenzoon hoog verheven hebt (d.w.z. aan het kruis), dan zult u weten dat IK BEN…” (28); “Waarachtig, Ik verzeker u, van voordat Abraham er was, BEN IK.” (58). Zijn gebruik van het IK BEN staat in verband met Exodus 3:14 (NBG) waar God zichzelf aan Mozes openbaart: “IK BEN, die IK BEN.” En Hij zei: “Aldus zult gij tot de Israëlieten zeggen: ‘IK BEN heeft mij tot u gezonden.’” Dus de naam van God in het Hebreeuws is JHWH of IK BEN. (Scheffrahn, JN, 11)

In Matteüs 13:14 en 15 identificeert Christus zich met de “Heer” (Adonai) van het Oude Testament (Jesaja 6:8-10). (Meldau, PDD, 15)

Clark Pinnock zegt in Set Forth Your Case: ”In zijn onderwijs weergalmden indrukwekkende IK BEN-uitspraken, goddelijke aanspraken naar vorm en inhoud (Exodus 3:14; Johannes 4:26; 6:35; 8:12; 10:9; 11:25).” (Pinnock, SFYC, 60)

Johannes 21:41 omschrijft Christus als degene die Jesaja zag in Jesaja 6:1. “Jesaja schrijft ook”, zegt William C. Robinson, “over de voorloper van Jehova: “Baan voor de HEER een weg door de woestijn” (Jesaja 40:3). Christus bekrachtigde de claim van de Samaritanen die zeiden: “Wij weten, dat Deze waarlijk is de Christus, de Zaligmaker der wereld” (Johannes 4:42, SV). Vanuit het Oude Testament kan dit alleen maar wijzen op Jehova-God. Hosea 13:4 (SV) verklaart: “Ik ben toch de HEERE, uw God …daarom zoudt gij geen God kennen dan Mij alleen, want er is geen Heiland dan Ik.” (Robinson, WSY, 117-118)


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Optimized by SEO Ultimate