In Johannes 14:6 stelt Jezus: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door Mij.” Merrill Tenney analyseert deze bewering en merkt op: “Hij zei niet dat Hij de weg, de waarheid en het leven kende, of dat Hij ze onderwees. Hij maakte zichzelf niet de vertegenwoordiger van een nieuw systeem; Hij verklaarde dat Hij de ultieme sleutel tot alle geheimen was.” (Tenney, JGB, 215)



