Lucianus, een Griekse satiricus uit de tweede helft van de tweede eeuw, sprak minachtend over Christus en de christenen, maar veronderstelde of beargumenteerde nooit dat ze geen realiteit waren. Zoals Lucianus zei: “De christenen, weet je, aanbidden tot op de dag van vandaag een man – dat befaamde personage dat hun nieuwe riten introduceerde, en op basis daarvan werd gekruisigd… Je ziet, het begint bij deze misleide schepselen met de overtuiging dat ze voor eeuwig onsterfelijk zijn – vandaar de minachting voor de dood en de vrijwillige zelfopoffering die onder hen zo gebruikelijk zijn – en vervolgens werd hun door hun oorspronkelijke wetgever voorgehouden dat zij allen broeders zijn vanaf het moment dat ze bekeerd zijn, de goden van Griekenland afgezworen hebben, en die gekruisigde wijsgeer aanbidden en zijn wetten naleven. Dit alles nemen ze blindelings aan, met het gevolg dat ze alle wereldse goederen minachten, en deze als niet meer dan gemeenschappelijk eigendom beschouwen.” (Lucianus van Samosa, DP, 11-13)



