In de Talmoed worden de titels “Ben Pandera” of ‘Ben Pantere’ en “Yeshu ben Pandera” gebruikt voor Jezus. Veel geleerden zeggen dat pandera een woordspeling is, een parodie op het Griekse woord voor maagd, partenos. De Joodse geleerde Joseph Klausner zegt: “De Joden hoorden de christenen (waarvan de meerderheid vanaf het eerste begin Grieks sprak) voortdurend over Jezus spreken als “de Zoon van de Maagd’ … en dus noemden zij hem spottend Ben ha-Pantera, dat is, ‘zoon van de luipaard’.” (Klausner, JN, 23)
Ergens anders zegt de Babylonische Talmoed: “R. Shimeon Ben Azzai zei [over Jezus]: ‘Ik heb een genealogierol gevonden in Jeruzalem waarin vermeld stond: Die-en-die is een bastaard van een overspelige.’” 7(b. Yebamoth 49a; M. Yebam. 4:13). Weer ergens anders lezen we: “Zijn moeder was Miriam, een vrouwenkapster. Zoals gezegd wordt: …‘deze liep weg bij haar man’” (b. Sabb. 104b). In weer een ander gedeelte krijgen we te horen dat Maria, “die een afstammelinge was van vorsten en heersers, zich afgaf met timmermannen” (b. Sanh. 106a). Dit gedeelte is natuurlijk een poging om de christelijke belijdenis van Jezus’ maagdelijke geboorte te verklaren (zie ook b. Sabb. 104b). “Vorsten en heersers” kan verwijzen naar bepaalde namen in het geslachtsregister in Lucas, dat volgens enkele kerkvaders de lijn van Maria weergeeft vanaf koning David (vgl. “Jezus … was het koningschap nabij” in b. Sanh. 43a). De toespeling op “timmermannen” is een duidelijke verwijzing naar Jozef (zie ook b. Sabb. 104b).
De argumentatie verloopt als volgt: Als Jozef niet Jezus’ vader was, dan was Maria zwanger geraakt van een andere man; zij is dus een overspelige en Jezus is een onwettige zoon. Het Nieuwe Testament vertelt dat de wetgeleerden en Farizeeën Jezus hier impliciet van beschuldigden in Johannes 8:41.
Hoewel het Nieuwe Testament laat zien dat deze aantijging ongegrond is, bevestigt de beschuldiging wel dat het christelijke verslag van Jezus’ wonderbaarlijke geboorte al vroeg door de kerk werd aangenomen en een reactie vereiste. Let erop dat die reactie geen ontkenning van Jezus’ leven inhield – alleen een andere interpretatie van zijn conceptie. Zoals Klausner opmerkt: “Nieuwe uitgaven van de Misjna hebben de toevoeging: ‘Ter ondersteuning van de woorden van R. Yehoshua’ (die, in dezelfde Misjna, zegt: Wat is een bastaard? Iedereen wiens ouders ter dood schuldig zijn volgens het Bet Din). Dat hier verwezen wordt naar Jezus lijkt boven alle twijfel verheven.“ (Klausner, JN, 35)



