Wie de “brief van Barnabas” geschreven heeft, is onbekend. De naam Barnabas komt niet voor in de brief, en volgens de geleerden is hij niet door de nieuwtestamentische Barnabas geschreven. “De datering voor dit geschrift varieert nogal,” merkt Habermas op, “van de late eerste eeuw tot aan het midden van de tweede eeuw. Een algemeen aanvaarde datering is 130 – 138 n. Chr.” (Habermas, VHCELJ, 145) Deze brief bevestigt vele gebeurtenissen die als feit genoemd worden in de al geciteerde bronnen. In hoofdstuk 5 van de brief lezen we:
En het was nodig dat Hij in het vlees verscheen, om de dood te vernietigen en de opstanding uit de doden ten toon te spreiden, en Hij verdroeg, zodat Hij tegelijkertijd de beloften aan de vaderen zou vervullen en, door een nieuw volk voor zichzelf te bereiden, zou aantonen, terwijl hij nog op aarde was, dat hij die zelf was opgestaan, ook zal oordelen. En bovendien predikte Hij en onderwees Israël en deed vele tekenen en wonderen en had hem [Israël] oneindig lief. Om zijn evangelie te verkondigen koos Hij zijn eigen apostelen, die grote zondaars waren, om aan te tonen dat Hij niet gekomen was om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars. En toen openbaarde Hij zich als de Zoon van God.
In hoofdstuk 7 voegt de schrijver toe: “Maar bovendien kreeg Hij [Jezus] toen Hij gekruisigd werd azijn en gal te drinken.” (McDowell/Wilson, HWAU, 83)



