6C. Justinus Martyr

“De consensus van de wetenschappelijke opinie is dat Justinus [Martyr] een van de grootste vroege christenapologeten is.” (Bush, CRCA,1) Hij werd rond 100 n. Chr. geboren en rond 167 omwille van zijn geloof gegeseld en onthoofd. Hij was een geleerd man, bekend met de heersende filosofieën in zijn tijd, inclusief het stoïcisme, aristotelianisme, pythagorisme en het platonisme. (Carey, “Justin Martyr”, NIDCC, 558) Na zijn bekering tot het christendom (ca. 132) “ging Justinus filosofisch christendom doceren in zijn eigen privéschool in Rome. Aangezien hij een leek was, bevond de school zich waarschijnlijk in zijn eigen huis. Hij schijnt ook het hele Romeinse rijk doorgereisd te hebben met een bediening van onderwijs en evangelisatie.” (Bush, CRCA, 3)

In zijn vele geschriften baseert Justinus zijn argumentatie voor het geloof op de nieuwtestamentische schrijvers en op zijn onafhankelijke verificatie van tal van de door hen vermelde gebeurtenissen. Hier volgen een selectie uit zijn werken over de nauwkeurigheid van de verslagen over Jezus Christus:

- Er is inderdaad een dorp in het land van de Joden, vijfendertig stadiën van Jeruzalem verwijderd, waar Jezus Christus geboren is, zoals ook valt op te maken uit de belastingregisters vervaardigd onder Cyrenius, uw eerste procurator in Judea. (Eerste apologie, 34)

- Want ten tijde van zijn geboorte werd Hij aanbeden door wijzen, gekomen uit Arabië, die eerst naar Herodes gingen, die toen vorst in uw land was. (Dialoog met Trypho, 77)

- Want toen zij Hem kruisigden, en de nagels insloegen, doorboorden ze zijn handen en voeten; en zij die Hem kruisigden verdeelden zijn kleding onder elkaar; elk wierp het lot voor wat hij wenste, en kreeg wat het lot besliste. (Dialoog met Trypho, 79)

- En nadat Hij was gekruisigd, verlieten zelfs al zijn bekenden Hem; en later, nadat Hij was opgestaan uit de dood en aan hen verschenen was, en hun de profetieën waarin al deze dingen voorspeld waren, had leren lezen, en nadat ze Hem ten hemel hadden zien opvaren, en geloofd hadden, en de kracht ontvangen hadden die Hij hun zond, en uitgingen naar alle volken, leerden zij deze dingen en werden apostelen genoemd. (Eerste apologie, 50)

- Christus zei onder u [d.i. de Joden] dat Hij het teken van Jona zou geven, waarmee Hij u aanspoorde u in elk geval na zijn opstanding uit de dood te bekeren van uw boze daden … toch hebt u zich niet bekeerd nadat u hoorde dat Hij uit de dood was opgestaan, maar, zoals ik al eerder heb gezegd, u hebt over heel de wereld mensen uitgezonden om te verkondigen dat er een goddeloze en wetteloze ketterij was uitgegaan van een zekere Jezus, een Galileese misleider, die wij gekruisigd hebben, maar zijn discipelen hebben Hem ’s nachts uit het graf gestolen waarin Hij gelegd werd nadat Hij van het kruis was gehaald, en nu bedriegen ze de mensen door te stellen dat Hij uit de dood is opgestaan en naar de hemel gevaren. (Dialoog met Trypho, 108)


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Optimized by SEO Ultimate