Er zijn aanvullende bronnen die verwijzen naar Christus en het christendom. Hier volgen enkele seculiere bronnen die een verdere studie waard zijn:
1B. Trajanus
Romeinse keizer (Plinius de Jonge, Brieven, 10:97). Dit is een brief van de keizer aan Plinius, waarin hij hem opdraagt de christenen die door de Romeinen gedwongen worden hun geloof af te zweren, niet te straffen. Hij deelt Plinius mee dat de Romeinse functionarissen niet ontvankelijk mogen zijn voor anonieme informatie over de christenen.
2B. Macrobius
Saturnalia deel 2, h. 4. Volgens Pascal (Pensees) is dit citaat van Augustus Caesar een getuigenis van de kindermoord in Betlehem.
3B. Hadrianus
Romeinse keizer (Justinus Martyr, Apologia, h. 68, 69). Justinus citeert Hadrianus’ brief aan Minucius Fundanus, proconsul van Klein-Azië. De brief gaat over de beschuldigingen van de heidenen tegen de christenen.
4B. Antonius Pius
Romeinse keizer (Justinus Martyr, Apologia, h. 70). Justinus (of een van zijn leerlingen) citeert Antonius’ brief aan de algemene vergadering van Klein-Azië. De brief zegt in grote lijnen dat de ambtenaren in Klein-Azië zich niet zo druk moeten maken over de christenen in hun provincie en dat Antonius’ beleid geen aanklachten tegen christenen toestaat.
5B. Marcus Aurelius
Romeinse keizer (Justinus Martyr, Apologia, h. 71). Deze brief van de keizer aan de Romeinse senaat is door een van Justinus’ leerlingen toegevoegd aan het manuscript. De keizer geeft een beschrijving van vechtende christenen in het Romeinse leger.
6B. Juvenalis
Satires, 1, regels 147-157. Juvenalis geeft een versluierde verwijzing naar de martelingen van de christenen onder Nero.
7B. Seneca
Epistulae Morales, brief 14, “Over de redenen om zich terug te trekken uit de wereld”, par. 2. Seneca, beschrijft, net als Juvenalis, de wreedheden van Nero tegenover de christenen.
178B. Hiërocles
(Eusebius, The Treatise of Eusebius, h. 2) Dit citaat van Eusebius geeft een stukje van de tekst van het verloren gegane boek van Hiërocles, Filalethes, (Liefhebber van de waarheid). In dit citaat veroordeelt Hiërocles Petrus en Paulus als tovenaars.
9B.
Een van de belangrijkste bloemlezingen waarin Christus als historische persoon behandeld wordt, is het in 1923 in Cambridge uitgegeven boek Heathen Contact with Christianity During Its First Century and a Half van C. R. Haines. De ondertitel luidt als volgt: “Being all References to Christianity Recorded in Pagan Writings During That Period.”



