5A. Conclusie

Howard Clark Kee, emeritushoogleraar aan de universiteit van Boston, trekt op basis van de buitennieuwtestamentische bronnen de volgende conclusie: “Het onderzoek van de bronnen buiten het Nieuwe Testament die rechtstreeks of indirect invloed hebben op wat wij weten over Jezus, heeft de volgende feiten bevestigd: zijn bestaan in de geschiedenis, zijn ongewone krachten, de toewijding van zijn volgelingen, de voortzetting van de beweging na zijn dood door de handen van de Romeinse gouverneur in Jeruzalem, en het doordringen van het christendom tot in de bovenste lagen van de Romeinse samenleving aan het einde van de eerste eeuw.” (Kee, WCKAJ, 19)

Kee voegt eraan toe: “Ondanks al deze manieren waarop de overlevering betreffende Jezus is doorgegeven, staat er een massa duidelijke en opmerkelijk consistente gegevens tot onze beschikking over deze figuur wiens leven, leer, en sterven zo’n diepgaande invloed heeft gehad en nog steeds heeft op de geschiedenis van het menselijke ras.” (Kee, WCKAJ, 114)

In de uitgave van 1974 van de Encyclopaedia Brittanica gebruikt de medewerker die Jezus Christus behandelt twintigduizend woorden om Hem te beschrijven, meer dan gereserveerd is voor Aristoteles, Cicero, Alexander, Julius Caesar, Boeddha, Mohammed, of Napoleon Bonaparte. Betreffende het getuigenis van de vele onafhankelijke seculiere verslagen over Jezus van Nazaret komt de auteur tot de treffende conclusie: “Deze onafhankelijke verslagen bewijzen dat in de oudheid zelfs de tegenstanders van het christendom nooit getwijfeld hebben aan de historiciteit van Jezus, die pas ter discussie gesteld werd – en op ondeugdelijke gronden – door een aantal schrijvers aan het einde van de 18e, tijdens de 19e, en aan het begin van de 20e eeuw.” (EB, 145)

Aan het adres van degenen die het bestaan van Jezus in de geschiedenis willen ontkennen, merkt de bekende Britse nieuwtestamenticus Howard Marshall op: “Het is onmogelijk om de opkomst van de christelijke kerk of het geschreven zijn van de evangeliën en de overvloedige overlevering die daaraan ten grondslag ligt, te verklaren zonder te aanvaarden dat de Stichter van het christendom werkelijk bestaan heeft.” (Marshall, IBHJ, 24)

Hoewel de niet-christelijke bronnen minder details over Jezus geven dan het Nieuwe Testament, bevestigen ze wel een aantal basisfeiten van het Bijbelse beeld dat van Jezus geschilderd wordt. Robert Stein, een hoogleraar Nieuwe Testament, stelt: “De niet-christelijke bronnen bevestigen boven elke redelijke twijfel het volgende minimum: (1) Jezus was werkelijk een historische persoon. Het lijkt dwaas om dit 18te benadrukken, maar door de jaren heen is door sommigen ontkend dat Jezus geleefd zou hebben. De niet-Bijbelse bronnen maken een eind aan dergelijke onzin. (2) Jezus leefde in Palestina in de eerste eeuw van onze jaartelling. (3) De Joodse leiders waren betrokken bij Jezus’ dood. (4) Jezus werd gekruisigd door de Romeinen onder het gouverneurschap van Pontius Pilatus. (5) Jezus’ bediening werd geassocieerd met wonderen/toverij.” (Stein, JM, 49)

R. T. France schrijft: “Niet-christelijke aanwijzingen substantiëren dus de feiten van Jezus’ bestaan, zijn grote aanhang, zijn terechtstelling en hun grove datering.” (France, NBD, 564)

Edwin Yamauchi, hoogleraar geschiedenis aan de universiteit van Miami, stelt dat we meer en betere historische documentatie voor Jezus bezitten dan voor welke andere godsdienststichter ook (bv. Zoroaster, Boeddha of Mohammed). Uit de niet-Bijbelse bronnen die getuigen van Christus concludeert Yamauchi:

Zelfs wanneer we niet beschikten over het Nieuwe Testament met de christelijke geschriften, zouden we uit niet-christelijke geschriften zoals Josefus, de Talmoed, Tacitus, en Plinius de Jonge kunnen concluderen dat: (1) Jezus een Joodse leraar was; (2) veel mensen geloofden dat Hij genezingen en duiveluitdrijvingen verrichte; (3) Hij verworpen werd door de Joodse leiders; (4) Hij gekruisigd werd onder Pontius Pilatus tijdens de regering van Tiberias; (5) ondanks zijn schandelijke dood zijn volgelingen, die geloofden dat Hij nog leefde, zich tot buiten Palestina verspreidden zodat er in 64 n. Chr. velen van hen in Rome waren; (6) aan het begin van de tweede eeuw tal van mensen, uit de steden en van het platteland – mannen en vrouwen, slaven en vrijen – Hem als God aanbaden. (Yamauchi, JUF, 221, 222)

Het uiterst betekenisvolle en indrukwekkende leven van Jezus als historische figuur heeft een intense invloed op de rest van de geschiedenis gehad. De bekende historicus Jaroslav Pelikan van Yale schrijft: “Wat mensen persoonlijk ook over Hem mogen denken of geloven, Jezus van Nazaret is bijna twintig eeuwen lang de overheersende figuur geweest in de geschiedenis van de westerse cultuur. Als het mogelijk was om uit die geschiedenis met een soort supermagneet elk schraapseltje metaal te trekken dat ten minste een spoor van zijn naam draagt, hoeveel zou er dan overblijven?” Pelikan, JTC, 1)

Zijn uitwerking op de loop van de geschiedenis is ongeëvenaard. Een schrijver in Newsweek merkt op: “Naar alle seculiere maatstaven is Jezus ook de dominante figuur in de westerse cultuur. Net als het millennium zelf, vindt een groot deel van wat wij nu zien als westerse ideeën, innovaties, en waarden zijn bron of inspiratie in de religie die in zijn naam God aanbidt. Kunst en wetenschap, het ik en de maatschappij, politiek en economie, huwelijk en gezin, goed en kwaad, lichaam en ziel – alles is aangeraakt en dikwijls radicaal getransformeerd door christelijke invloeden.” (Woodward, N, 54)

Nadat Gary Habermas de historische bewijzen voor het bestaan van Christus heeft nagegaan, merkt hij op: “Verrassend weinig geleerden hebben beweerd dat Jezus nooit bestaan heeft of geprobeerd om van zijn leven en bediening volkomen in twijfel te trekken. Wanneer dergelijke pogingen wel ondernomen werden, stuitten ze op uitzonderlijk protest vanuit academische kringen. We hebben gezien dat deze pogingen bijna iedere keer weerlegd worden, zowel door het vroege ooggetuigenverslag van Paulus en anderen, als door de vroege datering van het Evangelie.” (Habermas, HJ, 46)

Het bewijs is overtuigend. Jezus heeft werkelijk onder ons geleefd en krachtige daden verricht die zelfs vijandige, niet-christelijke bronnen niet nalaten te bevestigen. De sceptici over Jezus’ historiciteit zitten er simpelweg naast.


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Search engine optimization by SEO Design Solutions