1B. Profetieën over zijn geboorte

1. Geboren uit een vrouw

Profetie Vervulling

“En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.”

Genesis 3:15 NBG

“Maar toen de tijd gekomen was zond God zijn Zoon, geboren uit een vrouw en onderworpen aan de wet.”

Galaten 4:4

Psalm 41:9: “Letterlijk: ‘de man van mijn vrede’; hij die me begroette met de kus van de vrede, zoals Judas deed: (Matteüs 26:49: vgl. het zinnebeeld, Jeremia 20:1). (Fausset, CCE 191)

Joodse bron: In de Targum Onkelos staat over Genesis 3:15: “En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen de vrouw, en tussen uw zoon en haar zoon. Hij zal aan u denken, wat u hem gedaan hebt (aan) vanaf het begin, en u zult ten slotte aan hem onderworpen zijn.” (Ethridge, TOJ, 41)

Joodse bron: In de Targum Pseudo Jonathanon staat over Genesis 3:15: “En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen het zaad van uw nakomelingschap en het zaad van haar 51nakomelingschap; en het zal zijn dat wanneer de nakomelingen van de vrouw de geboden van de wet houden, zij u zullen treffen en u op de kop slaan; maar wanneer zij de geboden van de wet verlaten, zult u hen treffen en u zult hen de hiel verwonden. Echter, voor hen zal een geneesmiddel zijn, maar voor u zal er geen zijn, en in de toekomst zullen zij vrede maken met de hiel, in de dagen van de koning, de Messias.” (Bowker, TRL, 122)

David L. Cooper maakt de volgende interessante opmerking:

In Genesis 3:15 vinden we de eerste voorspelling met betrekking op de Redder van de wereld, genaamd “het zaad van de vrouwen”. In het oorspronkelijke orakel voorspelde God de eeuwenlange strijd die gevoerd zou worden tussen “het zaad van de vrouw” en “het zaad van de slang” en die uiteindelijk gewonnen zal worden door de eerste. Deze oerbelofte wijst op een worsteling tussen de Messias van Israël, de Redder van de wereld, enerzijds, en Satan, de tegenstander van de menselijke ziel, anderzijds. Ze voorzegt een volkomen eindoverwinning voor de Messias. Sommige uitleggers geloven dat een echo van deze belofte en de manier waarop Eva die opgevat heeft, wordt gevonden in Genesis 4:1 – Eva’s opmerking bij de geboorte van Kaïn, haar eerste zoon. “Ik heb een man ontvangen, Jehova.” Ze had deze primitieve voorzegging goed begrepen, maar verkeerd toegepast toen ze haar interpreteerde als vervuld in Kaïn, haar zoon. Het is duidelijk dat Eva geloofde dat het kind van de belofte Jehova zelf zou zijn. Sommige oude Joodse commentaren voegen het woord “engel” toe in dit gedeelte en zeggen dat Eva beweerde dat haar zoon “de engel van Jehova” was. Er bestaat geen grond voor deze aanname. (Cooper, GM 8, 9)

De NBG vertaalt: “Ik heb met des HEREN hulp een man verkregen.“


2. Geboren uit een maagd

Profetie Vervulling
“Ziet, een maagd zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren, en Zijn naam IMMANUEL heten.”


Jesaja 7:14 SV


Ze bleek zwanger te zijn door de heilige Geest… Jozef …had geen gemeenschap met haar voordat ze haar zoon gebaard had. En hij gaf Hem de naam Jezus.”


Matteüs 1:18, 24, 25

Zie ook Lucas 1:26-35


In het Hebreeuws wordt het woord maagd aangeduid met twee woorden:

  1. betula: De eigenlijke betekenis duidt op een maagdelijke vrouw (Genesis 24:16; Leviticus 21:13; Deuteronomium 22:14; 23; 28; Rechters 11:37; 1Koningen 1:2). Joel 1:8 is, volgens Unger, geen uitzondering omdat het hier “verwijst naar het verlies van een verloofde, niet van een gehuwde”.
  2. alma (gesluierd): Een jonge vrouw van huwbare leeftijd. Dit woord wordt gebruikt in Jesaja 7:14. “De heilige Geest gebruikte door Jesaja niet betula, omdat zowel het idee van maagdelijkheid als van huwbare leeftijd in één woord gecombineerd moest worden om tegemoet te komen aan de historische situatie en het profetische aspect dat samenkomt in een uit een maagd geboren Messias.” (Unger, UBD, 1159)

“Maagd” wordt in het Grieks aangeduid met het woord partenos: een maagd, huwbare vrouw of jonge gehuwde vrouw, reine maagd (Matteüs 1:23; 25:1, 7, 11; Lucas 1:27; Handelingen 21:9; 1Korintiërs 7:25, 28, 33; 2Korintiërs 11:2). (Unger, UBD, 1159)

Toen de vertalers van de Septuaginta Jesaja 7:14 in het Grieks vertaalden, gebruikten ze het Griekse woord partenos. Voor hen betekende Jesaja 7:14 dat de Messias uit een maagd geboren zou worden.


3. Zoon van God

Profetie Vervulling
“Het besluit van de HEER wil ik bekendmaken. Hij sprak tot mij: ‘Jij bent mijn zoon, Ik heb je vandaag verwekt.’”


Psalm 2:7

“En uit de hemel klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind Ik vreugde.’”


Matteüs 3:17

Zie ook Matteüs 16:16; Marcus 9:7; Lucas 9:35; 22:70; Handelingen 13:30-33; Johannes 1:34, 49

Marcus 3:11: De demonen erkenden zijn Zoonschap.

Matteüs 26:63: Zelfs de hogepriester was zich bewust van zijn Zoonschap.

E. W. Hengstenberg schrijft: “Het is een onbetwijfeld feit, en unaniem aanvaard, zelfs door hen die tot voor kort nog ontkenden dat dit naar Hem verwijst, dat de Joden in de oudheid de Psalm [2] algemeen opvatten als een voorzegging van de Messias.” (Hengstenberg, COT, 43)

“Bij de vleeswording werd de eerstgeborene in de wereld gebracht (Hebreeën 1:6). Maar het was slechts met en door zijn opwekking dat zijn goddelijkheid, als de eniggeborene van de Vader, openlijk zichtbaar gemaakt en erkend werd door God. ‘Gesproten uit het geslacht van David naar het vlees,’ werd Hij vervolgens ‘naar de geest der heiligheid door zijn opstanding uit de doden verklaard Gods Zoon te zijn in kracht’ (Romeinen 1:3-4 NBG).” (Fausset, CCEP, 107)


4. Nakomeling van Abraham

Profetie Vervulling
“En in uw zaad zullen gezegend worden alle volken der aarde, naardien gij Mijn stem gehoorzaam geweest zijt.”


Genesis 22:18 SV

“Overzicht van de afstamming van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham.”


Matteüs 1:1 NBG

“Nu gaf God zijn beloften aan Abraham en zijn nakomeling. Let wel, er staat niet ‘nakomelingen’, alsof het velen betreft, maar het gaat om één: ‘je nakomeling’ – en die nakomeling is Christus.”

Galaten 3:16

Het belang van deze gebeurtenis in Genesis 22:18 wordt gestaafd wanneer we ons realiseren dat dit de enige keer is dat God in zijn relatie met de aartsvaders bij zichzelf zweert.

Matthew Henry zegt over Genesis 22:18: “In uw Zaad, één specifieke persoon die van u zal afstammen (want hij spreekt niet over velen, maar over één, zoals de apostel opmerkt [Galaten 3:16], zullen alle volken van de aarde gezegend zijn, of zich gelukkig prijzen, zoals wij dat zeggen, Jesaja 65:16.” (Henry, MHCWB, 82)

Het gedeelte hierboven bepaalt dat de Messias van Hebreeuwse afkomst zou zijn.


5. Zoon van Isaak

Profetie Vervulling
“Maar God zei tegen Abraham: ‘De nakomelingen van Isaak zullen gelden als jouw nageslacht.’”


Genesis 21:12

“Jezus, … de zoon van Isaak.”


Lucas 3:34

Zie ook Matteüs 1:2

Abraham had twee zonen: Isaak en Ismaël. Nu sluit God de helft van de geslachtslijn van Abraham uit.


6. Zoon van Jakob

Profetie Vervulling
“Ik zie hem, maar niet in het heden, ik aanschouw hem, maar niet van nabij; een ster komt op uit Jakob, een scepter rijst op uit Israël. Hij verbrijzelt de slapen van Moab, de schedel van al de zonen van Set.”


Numeri 24:17 WV

Zie ook Genesis 35:10-12

“Jezus, … de zoon van Jakob.”


Lucas 3:34

Zie ook Matteüs 1:2 en Lucas 1:33

Joodse bron: De Targum Jonathan zegt over Genesis 35:11: “En de HEER zei tegen hem, Ik ben El Shaddai: verbreid u en vermenigvuldig u; een heilig volk en een vergadering van profeten en priesters zal voortkomen uit uw zonen die u verwekt hebt, en twee koningen zullen van u uitgaan. En het land dat Ik aan Abraham en Isaak heb gegeven zal Ik u geven, en uw zonen na u zal Ik het land geven.” (Ethridge, TOJ, 279)

In bovenstaande Targums zien we dat de Joden aan deze gedeelten messiaans belang hechtten. Ook de Midrash Bamidbar Rabba kent een messiaanse betekenis toe aan deze tekst. Paul Heinisch vertelt dat “de Joden zich ten tijde van Hadrianus (132 n. Chr.) verzetten tegen het Romeinse juk en hun leider Barkochba noemden, ‘De Zoon van de Ster’. Ze geloofden namelijk dat Bileams orakel over de ster van Jakob bezig was in vervulling te gaan en de Messias vanuit Israël gezalfd zou worden en dat God door hem de Romeinen volkomen zou vernietigen.” (Heinisch, CP, 44, 45)

Hengstenberg wijst er in zijn Christology of the Old Testament op dat “de Joden deze Heerser vanaf het allereerste begin hebben opgevat als de Messias, ofwel exclusief, ofwel in eerste instantie, met een secundaire verwijzing naar David. Ofwel men ging uit van de exclusieve relatie met de Messias, of men liet de titel inderdaad, in beginsel, naar David wijzen; maar feitelijk werden zowel hij als zijn tijdelijke overwinningen gezien als symbolisch voor Christus en zijn geestelijke overwinningen, die (volgens deze uiteenzetting) de profeet specifiek op het oog had.” (Hengstenberg, COT, 34)

Isaak had twee zonen: Jakob en Esau. Nu sluit God de helft van de afstamming van Isaak uit.


7. Stam van Juda

Profetie Vervulling
“In Juda’s handen zal de scepter blijven, tussen zijn voeten de heersersstaf, totdat hij komt die er recht op heeft, die alle volken zullen dienen.”


Genesis 49:10

Zie ook Micha 5:2

“Jezus, … de zoon van Juda.”


Lucas 3:23, 33

Zie ook Matteüs 1:2 en Hebreeën 7:14

Joodse bron: In Targum Jonathan staat over Genesis 49:10: “Koningen noch heersers zullen verdwijnen uit het huis van Juda, noch sopherim uit zijn zaad, die onderricht geven in de Wet, tot het moment dat de Koning, de Messias, zal komen, de jongste van zijn zonen; en vanwege hem zullen de volken samenvloeien. Hoe schoon is de Koning en Messias die zal opstaan uit het huis van Juda!” (Ethridge, TOJ, 331)

Joodse bron: In Targum Pseudo Jonathanon staat over Genesis 49:11: Hoe nobel is de Koning, de Messias, die zal opstaan uit het huis van Juda.” (Bowker, TRL, 278)

Jakob had twaalf zonen uit wie de twaalf stammen van het Hebreeuwse volk zich ontwikkelden. Nu sluit God elftwaalfde deel van de stammen van Israël uit. Jozef had geen stam die naar hem vernoemd werd, maar zijn zonen Efraim en Manasse werden hoofd van twee stammen.


8. Geslachtslijn van Jezus

Profetie Vervulling

“Maar uit de stronk van Isaï schiet een telg op, een scheut van zijn wortels komt tot bloei.”

Jesaja 11:1

Zie ook Jesaja 1:10

“Jezus, … de zoon van Isaï.”

Lucas 3:23, 32

Zie ook Matteüs 1:6

Joodse bron: In Targum Jesaja staat: En een Koning zal voortkomen uit de zonen van Isaï, en een Gezalfde (of Messias) uit zijn zonen zal opgroeien. En er zal op hem een geest des Heren rusten, de geest van wijsheid en verstand, de geest van raad en sterkte, de geest van kennis en vreze des Heren.” (Stenning, TI, 40)

Delitzsch merkt op: “Uit de stronk van Isaï, d.w.z. uit het overblijfsel van de uitverkoren koninklijke familie die is teruggezakt naar de onbeduidendheid van het huis waaruit ze voortkwam, komt een twijg (choter) groeien, die de belofte in zich draagt van de vervanging van de stronk en de kroon; en beneden, in de met aarde bedekte wortels, en daar slechts een klein stukje bovenuit stekend, vertoont zich een netzer, een verse groene scheut (van natzer, schijnen of bloeien). In de geschiedenis van de vervulling ervan komt zelfs de klank van de profetie terug: de netzer, aanvankelijk zo nederig en onbeduidend, was een arme, verachte Nazarener” (Matteüs 2:23). (Delitzsch, BCPI, 281, 282)


9. Huis van David

Profetie Vervulling
“De dag zal komen – spreekt de HEER – dat Ik aan Davids stam een rechtmatige telg laat ontspruiten, die als koning een wijs beleid zal voeren en die in het land recht en gerechtigheid zal handhaven.”


Jeremia 23:5

“Jezus, … de zoon van David. ”


Lucas 3:23, 31

Zie ook Matteüs 1:1; 9:27; 15:22; 20:30, 31; 21:9, 15; 22:41-46; Marcus 9:10; 10:47, 48; Lucas 18:38, 39; Handelingen 13:22, 23; Openbaring 22:16

Joodse bron: Door alle Talmoeds heen wordt naar de Messias verwezen als de “Zoon van David”.

Driver zegt over 2Samuël 17:11: “Hier komt Natan bij het hoofdthema van zijn profetie – de belofte die niet met David zelf te maken heeft, maar met zijn nakomelingen, en de verklaring dat het niet David is die een huis voor Jahwe zal bouwen, maar Jahwe die een huis (d.w.z. een geslacht) voor David zal bouwen.” (Driver, NHT, 275)

Jacob Minkin geeft in zijn boek getiteld The World of Moses Maimonides het gezichtspunt van deze geleerde Joodse wetenschapper: “Maimonides verwerpt de mystieke speculaties rond de Messias, zijn oorsprong, zijn werk en de geweldige bovenmenselijke krachten die aan Hem worden toegeschreven. Hij houdt vol dat hij slechts gezien dient te worden als een sterfelijke mens, die alleen van zijn medemensen verschilt in het feit dat hij groter, wijzer, en luisterrijker zal zijn dan zij. Hij moet een nakomeling zijn van het huis van David en zich net als hij bezighouden met de Studie van de Thora en de navolging van haar geboden. (Minkin, WMM, 63)

“De dag zal komen” is een veelgebruikte uitdrukking die verwijst naar de aanvang van het messiaanse tijdperk (zie Jeremia 31:27-34). Laetsch, BCJ, 189)

Isaï had minstens acht zonen (zie 1Samuël 16:10, 11). Nu sluit God al Isaïs zonen uit, op één na: David.


10. Geboren in Betlehem

Profetie Vervulling
“Uit jou, Betlehem in Efrata, te klein om tot Juda’s geslachten te behoren, uit jou komt iemand voort die voor Mij over Israël zal heersen. Zijn oorsprong ligt in lang vervlogen tijden, in de dagen van weleer.”


Micha 5:2

“Toen Jezus geboren was in Betlehem in Judea…”


Matteüs 2:1

Zie ook Matteüs 2:4; Lucas 2:4-7; Johannes 7:42

In Matteüs 2:6 vertellen de schriftgeleerden Herodes met grote stelligheid dat de Christus geboren zou worden in Betlehem. Het was onder de Joden algemeen bekend dat de Christus uit Betlehem zou komen (zie Johannes 7:42). Het is bijzonder passend dat Betlehem, dat “broodhuis” betekent, de geboorteplaats zou zijn van Hem die het Brood van het Leven is. (Henry, MHC, 1414)

Nu sluit God op één na alle steden van de wereld uit, voor de intrede van zijn vleesgeworden Zoon.


11. Ontvanger van geschenken

Profetie Vervulling
“De koningen van Tarsis en de kustlanden, laten zij hem een geschenk brengen. De koningen van Seba en Saba, laten ook zij hem schatting afdragen.”


Psalm 72:10

“Toen Jezus geboren was … kwamen er magiërs uit het Oosten in Jeruzalem aan… Ze wierpen zich neer om het eer te bewijzen. Daarna openden ze hun kistjes met kostbaarheden en boden het kind geschenken aan: goud en wierook en mirre.”


Matteüs 2:11

De historische toepassing van dit gedeelte heeft betrekking op Salomo. De messiaanse toepassing wordt uitgewerkt in de verzen 12 t/m 17 (Psalm 72).

De bewoners van Seba en Saba, de Sabeeërs, woonden in Arabië. (Nezikin, BT, 941, 1006)

Matthew Henry zegt over Matteüs 2:1 en 11 dat de magiërs “mannen uit het oosten waren, die beroemd waren om hun waarzeggerij (Jesaja 2:6). Arabië wordt het land van het oosten genoemd (Genesis 25:6) en de Arabieren worden de ‘stammen van het oosten’ genoemd. De geschenken die ze meebrachten waren producten van dat land.” (Henry, MHC, 16)


12. Herodes vermoordt kinderen

Profetie Vervulling

“Maar uit de stronk van Isaï schiet een telg op, een scheut van zijn wortels komt tot bloei.”

Jesaja 11:1

Zie ook Jesaja 1:10

“Toen Herodes begreep dat hij door de magiërs misleid was, werd hij verschrikkelijk kwaad, en afgaande op het tijdstip dat hij van de magiërs had gehoord, gaf hij opdracht om in Betlehem en de wijde omgeving alle jongetjes van twee jaar en jonger om te brengen.”


Matteüs 2:16

In Jeremia 31:17 en 18 gaat het over de verstrooiing en uitroeiing van Israël. Wat heeft de moord van Herodes op de kinderen van Betlehem te maken met deze deportatie? Vergiste Matteüs zich toen hij Jeremia’s profetie als vervuld beschouwde in de gruweldaad van Herodes (Matteüs 2:17, 18) of de moord op de onschuldige kinderen zag als een beeld van de vernietiging van Israël en Juda? Laetsch zegt:

Nee. Zeker niet. De hele context, die begint in hoofdstuk 30:20 en doorgaat tot hoofdstuk 33:26, is messiaans. De vier hoofdstukken spreken van de komst van de redding van de Heer, van de komst van de Messias, om het koninkrijk van David opnieuw op te richten in de vorm van een nieuw verbond, waarvan vergeving van zonden het fundament zal zijn (hoofdstuk 31:31-34); een koninkrijk waarin elke vermoeide en dorstige ziel volkomen getroost zal worden (vv. 12-14, 25). Als voorbeeld van deze troost noemt de Heer de troost die ten deel zal vallen aan de moeders die omwille van Christus een geweldig verlies hadden geleden, door de wrede moord op hun zoontjes. (Laetsch, BCJ, 250)


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Search engine optimization by SEO Design Solutions