30. Opstanding
| Profetie | Vervulling |
| “U levert mij niet over aan het dodenrijk en laat uw trouwe dienaar het graf niet zien.”
Psalm 16:10 |
“…dat deze niet aan het dodenrijk zou worden overgeleverd en dat zijn lichaam niet tot ontbinding zou overgaan.”
Handelingen 2:31 |
31. Hemelvaart
| Profetie | Vervulling |
| “U … steeg op naar uw woning.”
Psalm 68:19 |
“Toen … werd Hij voor hun ogen omhooggeheven en opgenomen in een wolk, zodat ze Hem niet meer zagen.”
Handelingen 1:9 |
32. Zittend aan de rechterhand van God
| Profetie | Vervulling |
| “De HEER spreekt tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand, Ik maak van je vijanden een bank voor je voeten.’”
Psalm 110:1 |
“In Hem schittert Gods luister, Hij is zijn evenbeeld, Hij schraagt de schepping met zijn machtig woord; Hij heeft, na de reiniging van de zonden te hebben voltrokken, plaatsgenomen aan de rechterzijde van Gods hemelse majesteit.”
Hebreeën 1:3 Zie ook Marcus 16:19; Handelingen 2:34, 35 |



