Ter ondersteuning van Jezus’ goddelijkheid: de opstanding – misleiding of geschiedenis?

Inleiding
Nadat ik meer dan zevenhonderd uur op dit onderwerp gestudeerd heb en zorgvuldig de fundering ervan nagegaan ben, ben ik tot de conclusie gekomen dat de opstanding van Jezus Christus een van de meest slechte, gemene, harteloze vormen van misleiding is waarmee de menselijke geest ooit geïndoctrineerd is, OF het meest fantastische feit van de geschiedenis.
Er zijn in hoofdlijnen drie zaken die vóór Jezus pleiten: (1) Het effect van zijn leven, door zijn wonderen en onderwijs, op de geschiedenis; (2) de vervulde profetieën in zijn leven; en (3) zijn opstanding. De opstanding van Jezus Christus en het christendom staan of vallen met elkaar. Een student aan de universiteit van Uruguay zei eens tegen mij: “Professor McDowell, waarom kunt u het christendom niet weerleggen?” Ik antwoordde: “Om een heel eenvoudige reden: er is één historische gebeurtenis die ik onmogelijk kan wegredeneren: de opstanding van Jezus.”
De opstanding zoals weergegeven in Matteüs 28:1-11 (zie ook Marcus 16; Lucas 24; Johannes 20, 21)
- Na de sabbat, toen de ochtend van de eerste dag van de week gloorde, kwam Maria uit Magdala met de andere Maria naar het graf kijken.
- Plotseling begon de aarde hevig te beven, want een engel van de Heer daalde af uit de hemel, liep naar het graf, rolde de steen weg en ging erop zitten.
- Hij lichtte als een bliksem en zijn kleding was wit als sneeuw.
- De bewakers beefden van angst en vielen als dood neer.
- De engel richtte zich tot de vrouwen en zei: “Wees niet bang, ik weet dat jullie Jezus, de gekruisigde, zoeken.
- Hij is niet hier, Hij is immers opgestaan, zoals Hij gezegd heeft. Kijk maar, dat is de plaats waar Hij gelegen heeft.
- En ga nu snel naar zijn leerlingen en zeg hun: ‘Hij is opgestaan uit de dood, en dit moeten jullie weten: Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zul je Hem zien.’ Dat is wat ik jullie te zeggen had.”
- Ontzet en opgetogen verlieten ze haastig het graf om het aan zijn leerlingen te gaan vertellen.
- Op dat moment kwam Jezus hun tegemoet en groette hen. Ze liepen op Hem toe, grepen zijn voeten vast en bewezen Hem eer.
- Daarop zei Jezus: ‘Wees niet bang. Ga mijn broeders vertellen dat ze naar Galilea moeten gaan, daar zullen ze Mij zien.’
- Terwijl de vrouwen onderweg waren, gingen enkele van de bewakers naar de stad. Daar vertelden ze de hogepriesters alles wat er gebeurd was.



