Christus’ beweringen over zijn opstanding uit de dood

1B. Het belang van zijn beweringen

Wilbur M. Smith zegt:

Het was diezelfde Jezus, de Christus, die, onder vele andere opmerkelijke dingen, iets zei en herhaalde wat, uit de mond van ieder ander, onmiddellijk tot zijn veroordeling als ofwel een opgeblazen egoïst, of een gevaarlijk labiele figuur geleid zou hebben. Dat Jezus zei dat Hij opging naar Jeruzalem om te sterven is niet zo opmerkelijk, hoewel alle details die Hij over dat sterven gaf, weken en maanden voordat Hij stierf, bij elkaar wel een profetisch fenomeen zijn. Maar toen Hij zei dat Hij zelf, drie dagen nadat Hij gekruisigd was, uit de dood zou opstaan, zei Hij iets wat alleen een dwaas zou durven zeggen, mits hij nog prijs stelde op enige toewijding van zijn discipelen – tenzij Hij er zeker van was dat Hij zou opstaan. Geen enkele stichter van geen enkele ons bekende godsdienst in de wereld ook heeft ooit iets dergelijks durven zeggen! (Smith, GCWC, 10-11)

Christus voorzegde zijn opstanding ondubbelzinnig en onverbloemd. Terwijl zijn discipelen het gewoonweg niet konden geloven, namen de Joden zijn beweringen heel serieus.

Hierover zegt J. N. D. Anderson:

Niet zo heel lang geleden leefde er in Engeland een jonge advocaat genaamd Frank Morison. Hij was een ongelovige. Jarenlang was hij van plan om een boek te schrijven waarmee hij eens en voor altijd zou bewijzen dat de opstanding nooit had plaatsgevonden, en eindelijk had hij er de tijd voor. Hij was een eerlijk man en ondernam de nodige studie.

Ten slotte [nadat hij Christus had aangenomen] schreef hij een boek dat te koop is als paperback: Who Moved the Stone? Uitgaande van de meest kritische benadering van de nieuwtestamentische geschriften concludeert hij ondermeer dat het proces en de veroordeling van Jezus alleen maar te verklaren zijn op grond van het feit dat Hij zelf zijn dood en opstanding voorzegd had. (Anderson, RJC, 9)

Smith zegt ook:

Als jij of ik tegen een groepje vrienden zou zeggen dat we verwachtten op zeker moment te sterven, ofwel door geweld of op een natuurlijke manier, maar dat we, drie dagen na onze dood, weer zouden opstaan, zouden we stilletjes worden weggehaald door onze vrienden, en in een instelling worden opgesloten, tot we weer helder en gezond zouden denken. Dat zou terecht zijn, want alleen een dwaas zou kletsen over een opstanding uit de dood op de derde dag, alleen een dwaas, tenzij hij wist dat dit zou gebeuren, en niemand ter wereld heeft dit ooit over zichzelf geweten, op Christus na, de Zoon van God. (Smith, TS, 364)

Bernard Ramm merkt op: “Als we het evangelieverhaal opvatten als betrouwbare geschiedschrijving, kan er geen twijfel aan bestaan dat Christus zelf zijn dood en opstanding voorzien heeft, en dat ook duidelijk liet weten aan zijn discipelen…. De evangelisten geven grif toe dat die voorzeggingen pas tot hen doordrongen toen de opstanding een feit was (Johannes 20:9). Maar Jezus’ eigen mond levert het bewijs dat Hij na drie dagen terug zou komen uit de dood. Hij vertelde hun dat Hij een gewelddadige dood zou sterven, veroorzaakt door haat, en dat Hij op de derde dag zou opstaan. Al deze dingen gebeurden inderdaad.” (Ramm, PCE, 191)

John R. W. Stott schrijft: “Jezus zelf voorzegde nooit zijn dood zonder daar aan toe te voegen dat Hij zou opstaan, en beschreef zijn toekomstige opstanding als een ‘teken’. Paulus schreef aan het begin van zijn brief aan de Romeinen dat Jezus was “aangewezen als Zoon van God … toen Hij, Jezus Christus, onze Heer, opstond uit de dood”, en in de eerste preken van de apostelen die worden weergegeven in Handelingen wordt regelmatig gesteld dat God door de opstanding het oordeel over de mens vernietigd, en zijn Zoon recht verschaft heeft.” (Stott, BC, 47)

Jezus’ voorzeggingen van zijn opstanding

  • Matteüs 12:38-40; 16:21; 17:9, 22, 23; 20: 18, 19; 26:32; 27:63
  • Marcus 8:31-9:1; 9:10, 31; 10:32-34; 14:28, 58
  • Lucas 9:22-27
  • Johannes 2:18-22; 12:34; hoofdstukken 14-16


2B. Jezus’ beweringen over zijn opstanding

Jezus voorzegde niet alleen zijn opstanding maar benadrukte ook dat zijn opstanding uit de doden een “teken” zou zijn dat zijn beweringen dat Hij de Messias was, bevestigde (Matteüs 12; Johannes 2)

Matteüs 16:21: “Vanaf die tijd begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel zou moeten lijden door toedoen van de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden, en dat Hij gedood zou worden, maar op de derde dag uit de dood zou worden opgewekt.

Matteüs 17:9: “Toen ze van de berg afdaalden, gebood Jezus hun: ‘Praat met niemand over wat jullie hebben gezien voordat de Mensenzoon uit de dood is opgewekt.’”

Matteüs 17:22, 23: “Terwijl ze door Galilea trokken, zei Jezus tegen hen: ‘De Mensenzoon zal uitgeleverd worden aan de mensen. Die zullen Hem doden, maar op de derde dag zal Hij uit de dood worden opgewekt.’ Dit maakte hen zeer bedroefd.

Matteüs 20:18, 19: “We zijn nu op weg naar Jeruzalem, waar de Mensenzoon zal worden uitgeleverd aan de hogepriesters en de schriftgeleerden, die Hem ter dood zullen veroordelen. Ze zullen Hem uitleveren aan de heidenen, die de spot met Hem zullen drijven en Hem zullen geselen en kruisigen. Maar op de derde dag zal Hij worden opgewekt uit de dood.

Matteüs 26:32: “Maar nadat Ik uit de dood ben opgewekt, zal Ik jullie voorgaan naar Galilea.

Marcus 9:10: “Ze namen zijn woorden ter harte, maar vroegen zich onder elkaar wel af wat Hij bedoelde met deze opstanding uit de dood.

Lucas 9:22-27: “Hij zei: ‘De Mensenzoon zal veel moeten lijden en door de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden worden verworpen en gedood, maar op de derde dag zal Hij uit de dood worden opgewekt.’ Tegen allen zei Hij: ‘Wie achter Mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen en dagelijks zijn kruis op zich nemen en Mij volgen. Want ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen; maar wie zijn leven verliest omwille van Mij, zal het behouden. Wat heeft een mens eraan als hij de hele wereld wint, maar zichzelf verliest of schade toebrengt? Wie zich schaamt voor Mij en mijn woorden, zal merken dat de Mensenzoon zich ook voor hem schaamt, wanneer Hij komt in de stralende luister die Hemzelf, de Vader en de heilige engelen omgeeft. Ik verzeker jullie dat sommigen die hier aanwezig zijn niet zullen sterven voor ze het koninkrijk van God hebben gezien.’

Johannes 2:18-22: “Maar de Joden vroegen: ‘Met welk teken kunt U bewijzen dat U dit mag doen?’ Jezus antwoordde hun: ‘Breek deze tempel maar af, en Ik zal hem in drie dagen weer opbouwen.’ ‘Zesenveertig jaar heeft de bouw van deze tempel geduurd,’ zeiden de Joden, ‘en U wilt hem in drie dagen weer opbouwen?’ Maar Hij sprak over de tempel van zijn lichaam. Na zijn opstanding uit de dood herinnerden zijn leerlingen zich dat Hij dit gezegd had, en zij geloofden de Schrift en alles wat Jezus gezegd had.


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Optimized by SEO Ultimate