1D. Het feit van de wacht

In een behandeling van dit gedeelte in Did Jesus Rise from the Dead maakt Albert Roper de volgende opmerkingen:

Onder aanvoering van Annas en Kajafas, hun hogepriesters, ging een delegatie van Joodse leiders naar Pilatus, met het verzoek of het graf waarin Jezus begraven was, verzegeld mocht worden en er een Romeinse wacht omheen gelegerd kon worden. Als motief gold hun angst dat de vrienden van Jezus ’s nachts in het geheim zijn lichaam zouden komen stelen om het te doen voorkomen dat er een opstanding had plaatsgevonden.

Op dit verzoek reageerde Pilatus toegevend: “U kunt bewaking krijgen. Ga nu en regel het zo goed als u kunt.”

Ze gingen weg, vergezeld van zo’n tien tot dertig Romeinse soldaten, die op hun aanwijzingen het graf van Josef van Arimatea verzegelden met de keizerlijke zegels van Rome, waaraan ze in was het officiële stempel van de procurator zelf hechtten. Schending daarvan zou een ernstige misdaad zijn. Zo zorgden deze ijverige vijanden van Jezus zonder het te weten zelf voor een onweerlegbaar tegenbewijs voor hun verklaring van de opstanding – een verklaring die geen verklaring was, en in de aard der zaak onmogelijk een verklaring kon zijn. (Roper, DJRD, 23-24)

Professor Roper vervolgt:

De wacht stond onder bevel van een door Pilatus aangewezen centurio, waarschijnlijk één in wie hij het volle vertrouwen had, en die volgens de overlevering Petronius heette. Het is dan ook redelijk om te veronderstellen dat het deze vertegenwoordigers van de keizer wel toevertrouwd was om hun taak, het bewaken van een graf, even strikt en nauwkeurig uit te voeren als ze een kruisiging hadden uitgevoerd. Ze hadden niet het minste belang bij de taak die hun was opgedragen. Hun enige doel en opdracht was om nauwgezet hun plicht te vervullen als soldaten van het Romeinse rijk waaraan ze trouw gezworen hadden. Het Romeinse zegel dat op de steen voor Josefs graf bevestigd was, was voor hen veel heiliger dan de hele filosofie of de heiligheid van het oude geloof van Israël. Soldaten die zonder een spier te vertrekken dobbelen om de mantel van een stervende kruiseling zijn niet het soort mannen dat zich laat beetnemen door verlegen Galileeërs of zijn Romeinse nek riskeert door te slapen op zijn post. (Roper, DJRD, 33)


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Optimized by SEO Ultimate