Er is heel wat discussie geweest over de woorden in Matteüs 27: 65: “U hebt een wacht” (TELOS). De vraag is of deze term betrekking heeft op de “tempelwacht” of op een “Romeinse wacht”.
Hierover zegt Henry Alford dat de woorden “ofwel (1) in de aantonende wijs: U hebt “ vertaald kunnen worden “maar dan rijst de vraag: Wat voor wacht hadden ze? En als ze er een hadden, waarom gingen ze dan naar Pilatus? Misschien moeten we haar opvatten als een afdeling die hun ter beschikking gesteld was tijdens het feest – maar nergens lijkt sprake te zijn van een dergelijke gewoonte… of (2) … in de gebiedende wijs … en dan zou de betekenis … zijn: Neem een stel mannen als wacht”. (Alford, GTCRT, 301)
E. Le Camus schrijft:
Sommigen denken dat Pilatus hier doelt op de tempeldienaars die in dienst van de hogepriesters stonden, en die ze goed zouden kunnen gebruiken voor het bewaken van een graf. Hun omkoping – door hen ertoe te brengen om te zeggen dat ze sliepen terwijl ze de wacht hadden moeten houden – zou gemakkelijker te verklaren zijn dan die van de Romeinse soldaten. Toch lijkt het woord … [koustodia], ontleend uit het Latijn, te wijzen op een Romeinse wacht, en met de vermelding van een bevelhebber (Matteüs 28:14) moet deze mening de overhand krijgen.
De bekende Hellenist A. T. Robertson zegt dat de woorden “…hebt een wacht” (echete koustodian) tegenwoordige tijd gebiedende wijs [zijn en verwijzen naar] een wacht van Romeinse soldaten, niet slechts naar de tempelwacht.” (Robertson, WPNT, 239)
Robertson merkt vervolgens op dat “de Latijnse term koustodia voorkomt in een Oxyrhynchuspapyrus uit 22 n. Chr.” (Robertson, WPNT, 239)
T. J. Thorburn zegt: “Men veronderstelt algemeen dat Matteüs het als vanzelfsprekend aanneemt dat de wacht waarnaar hij verwijst, bestond uit Romeinse soldaten.… Echter… de priesters hadden een Joodse tempelwacht, die waarschijnlijk geen Romeinse toestemming had om enige taak buiten dit terrein te vervullen. Pilatus’ antwoord, dat ofwel “Neem een wacht”, of “U hebt een wacht” (een beleefde weigering, als het een verzoek om Romeinse soldaten betrof), kan dus in beider zin worden opgevat. Als de wacht Joods was zou dat verklaren waarom Pilatus hun nalatigheid door de vingers zag. Vers 14 [‘En mocht dit de prefect ter ore komen, dan zullen wij hem wel bepraten en ervoor zorgen dat jullie buiten schot blijven’] lijkt dit gezichtspunt echter tegen te spreken.” (Thorburn, RNMC, 179-182)
A. B. Bruce zegt dat de woorden “’U hebt’ “waarschijnlijk gebiedende wijs, en geen aantonende wijs zijn – hier heb je je wacht, de bereidwillige toestemming van een man die denkt dat er waarschijnlijk weinig noodzaak voor zal zijn, maar die geen bezwaren heeft om hun wens in deze bescheiden kwestie in te willigen.” (Bruce, EGNT, 335)
Arndt en Gingrich (A Greek-English Lexicon of the New Testament, University of Chicago Press, 1952) citeren de volgende bronnen waarin het woord voor wacht, koustodia, wordt aangetroffen:
POxy. 294,20 [22 ad]; PRyl.189,2; BGU 341,3; vgl. Hahn 233, 6; 234,7 w. lett. Lat. leenw., custodia, ook in het rabb.). Arndt, GEL, 448)
Zij definiëren het als “een wacht bestaand uit soldaten” (Matteüs 27:66; 28:11), …”neem een wacht” Matteüs 27:65). (Arndt, GEL, 448)
Harold Smith geeft de volgende informatie over de Romeinse wacht in A Dictionary of Christ and the Gospels: “WACHT. – 1. RV weergave van [koustodia] (Lat. custodia), Matteüs 27:65, 66; 28:11, AV ‘wacht’; verkregen door de hogepriesters en farizeeën van Pilatus om het graf te bewaken. De noodzaak voor Pilatus’ autorisatie en het risico van een afstraffing door hem (Matteüs 28:14) laat zien dat deze wacht niet kan hebben bestaan uit leden van de Joodse tempelpolitie maar uit soldaten van het Romeinse cohort in Jeruzalem, mogelijk, maar niet waarschijnlijk, dezelfden als die het kruis hadden bewaakt. … [U hebt] is waarschijnlijk gebiedende wijs: ‘neem een wacht’.” (Smith, zoals geciteerd in Hastings, DCG, 694)
Lewis en Short vermelden het volgende in hun Latijnse woordenboek: “Custodia, ae. f. [id], een wacht, bewaking, zorg, bescherming. 1. Meestal in mv. en in mil. taalgebr., mensen die dienen als bewakers, een wacht, bewaking, wachtpost.” (Lewis, LD, 504-505)
De context van Matteüs 27 en 28 lijkt het gezichtspunt dat er een Romeinse wacht gebruikt werd ter beveiliging van Jezus’ graf te bevestigen. Als Pilatus hun, om van hen af te zijn, gezegd had de tempelwacht te nemen, zou die wacht enkel verantwoording schuldig geweest zijn aan de hogepriesters en niet aan Pilatus. Maar als Pilatus hun een Romeinse wacht gaf om het graf te beschermen, dan zou de wacht verantwoording moeten afleggen aan Pilatus en niet aan de hogepriesters. De sleutel ligt in de verzen 11 en 14 van hoofdstuk 28.
Vers 11 vermeldt dat de wacht verslag kwam doen bij de hogepriesters. Op het eerste gezicht lijkt het dat ze verantwoording schuldig waren aan de hogepriesters. Maar als ze verslag hadden uitgebracht aan Pilatus, zouden ze onmiddellijk ter dood gebracht zijn, zoals hieronder wordt uitgelegd. Vers 14 bevestigt het gezichtspunt dat het een Romeinse wacht was die rechtstreeks verantwoording schuldig was aan Pilatus. “En mocht dit de prefect ter ore komen, dan zullen wij hem wel bepraten en ervoor zorgen dat jullie buiten schot blijven.” Als het om de tempelwacht ging, waarom zouden ze zich dan bezorgd maken dat Pilatus ervan hoorde? Er is geen enkele aanwijzing dat ze onder zijn jurisdictie stonden. De schrijver heeft het gevoel dat het volgende speelt: Het was een Romeinse wacht die van Pilatus opdracht gekregen had om het graf te bewaken om de godsdienstige leiders tevreden te houden. De hogepriester had het zekere voor het onzekere genomen en een Romeinse wacht gevraagd: “Geeft u alstublieft bevel om het graf tot de derde dag te bewaken” (Matteüs 27:64).
Als de priesters de tempelwacht bij het graf hadden willen zetten, hadden ze daarvoor het bevel van de gouverneur niet nodig gehad. De Romeinse soldaten kwamen naar de hogepriesters om bescherming te vragen, omdat ze wisten dat zij Pilatus konden beïnvloeden en zorgen dat ze niet terechtgesteld zouden worden: “Wij zullen hem [gouverneur Pilatus] wel bepraten en ervoor zorgen dat jullie buiten schot blijven” (Matteüs 28:14).



