5D. Wat was de tempelwacht?

Over de identiteit van de tempelwacht geeft de Joodse historicus Alfred Edersheim ons de volgende informatie: “’s Nachts werd er een wacht geplaatst op vierentwintig locaties rond de poorten en de binnenhoven. Van deze vierentwintig werden er eenentwintig bezet door Levieten; de drie die het meest centraal gelegen waren, door Levieten en priesters samen. Elke wacht bestond uit tien mannen; zodat alle tweehonderdveertig Levieten en dertig priesters elke nacht dienst hadden. De tempelwacht werd overdag afgelost, maar ’s nachts niet. De periode van de nachtwacht werd door de Romeinen in vieren gedeeld, maar door de Joden, naar behoren, in drieën, omdat de vierde in feite de ochtendwacht was.” (Edersheim, RMS, 147-149)

De Misjna (in het Engels vertaald door Herbert Danby, Oxford University Press, 1933) vertelt het volgende over de tempelwacht: “De priesters hielden de wacht op drie locaties in de tempel: bij de kamer van Abtinas, bij de kamer van de Vlam, en bij de kamer van de Haard; en de Levieten op eenentwintig plekken: vijf bij de vijf poorten naar de Tempelberg, vier aan de vier binnenhoeken van het complex, vijf bij de vijf poorten van het Tempelplein, vier aan de vier buitenhoeken ervan, een bij de Offerkamer, en een bij de kamer van het Gordijn, en een achter de Genadetroon.” (Misjna, Middoth, 1.1.)

P. Henderson Aitken tekent op: “De taak van deze “commandant van de tempelberg” was het handhaven van de orde in de tempel, het ’s nachts bezoeken van de wachtposten, en het toezien dat de wachters inderdaad op hun post stonden en waakzaam waren. Hij en zijn directe ondergeschikten worden waarschijnlijk aangeduid met de ‘bestuurders’ die genoemd worden in Ezra 9:2 en Nehemia.” (Aitken, zoals geciteerd in Hastings, DCG, 271)


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Optimized by SEO Ultimate