4C. De Romeinse wacht

Als we weten wat voor mannen de Romeinse bewakers waren, wordt het verhaal van Matteüs nog veel indrukwekkender. De gebeurtenis die samenging met Jezus’ opstanding was beangstigend genoeg om geharde soldaten “als doden” (Matteüs 28:4 NBG) te laten worden.

Roper geeft de volgende omschrijving van de wacht: “Ze hadden niet het minste belang bij de taak die hun was opgedragen. Hun enige doel en opdracht was om nauwgezet hun plicht te vervullen als soldaten van het Romeinse rijk waaraan ze trouw gezworen hadden. Het Romeinse zegel dat op de steen voor Josefs graf bevestigd was, was voor hen veel heiliger dan de hele filosofie of de heiligheid van het oude geloof van Israël. [Ze waren] … ongevoelig genoeg om te dobbelen om de mantel van een stervende kruiseling.” (Roper, DJRD, 33)

T. G. Tucker geeft een uiterst gedetailleerde omschrijving van de wapenrusting die een centurio gedragen zou hebben. Het beeld dat hij schildert is er een van een menselijke vechtmachine. (Tucker, LRW, 342-344

Thomas Thorburn vertelt ons dat de wacht ernstig in de problemen zat. De weggerolde steen en het verbroken zegel betekenden zo goed als zeker hun berechting voor de krijgsraad. Thorburn schrijft: “De soldaten kunnen niet hebben toegegeven dat ze sliepen, want ze wisten heel goed dat op slapen tijdens een wacht de doodstraf stond – die altijd strikt werd uitgevoerd.” (Thorburn, RNMC, 179-182)

Thorburn vervolgt: “In dit geval hadden de soldaten praktisch geen enkel alternatief dan hun vertrouwen stellen op de goedheid van de priesters. Het lichaam was verdwenen (veronderstellen we), en ze zouden hun nalatigheid ongetwijfeld (onder normale omstandigheden) met de dood bekopen (vgl. Handelingen 12:19).” (Thorburn, RMMC, 179-182)

“Plotseling begon de aarde hevig te beven, want een engel van de Heer daalde af uit de hemel, liep naar het graf, rolde de steen weg en ging erop zitten. Hij lichtte als een bliksem en zijn kleding was wit als sneeuw. De bewakers beefden van angst en vielen als dood neer.”

“Terwijl de vrouwen onderweg waren, gingen enkele van de bewakers naar de stad. Daar vertelden ze de hogepriesters alles wat er gebeurd was. Die vergaderden met de oudsten en besloten de soldaten een flinke som geld te geven en hun op te dragen: ‘Zeg maar: “Zijn leerlingen zijn ‘s nachts gekomen en hebben hem heimelijk weggehaald terwijl wij sliepen.” En mocht dit de prefect ter ore komen, dan zullen wij hem wel bepraten en ervoor zorgen dat jullie buiten schot blijven.’ Ze namen het geld aan en deden zoals hun was opgedragen. En tot op de dag van vandaag doet dit verhaal onder de Joden de ronde” (Matteüs 28:2-4, 11-15).


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Optimized by SEO Ultimate