Het feit van het lege graf, de stille getuige van de opstanding van Christus, is nooit weerlegd. De Romeinen en de Joden konden Christus’ lichaam niet tevoorschijn halen of uitleggen waar het heengegaan was. Desondanks weigerden ze te geloven. Nog steeds verwerpen mensen de opstanding, niet vanwege de ontoereikendheid van het bewijs, maar ondanks de toereikendheid ervan.
E. H. Day schrijft: “In dat lege graf heeft het christendom altijd een belangrijke getuige gezien van de redelijkheid van het geloof. Christenen hebben nooit getwijfeld dat het graf op de derde dag werkelijk leeg werd aangetroffen, de evangelieverhalen stemmen overeen in hun nadruk op het feit, [de bewijslast] rust niet op hen die zich houden aan de overlevering, maar op hen die ofwel ontkennen dat het graf leeg was, of de afwezigheid van het lichaam van de Heer verklaren met de een of andere rationalistische theorie.” (Day, ER, 25)
James Denney zegt: “Het lege graf is geen voortbrengsel van een naïeve apologetische geest, een geest die niet tevreden was met het bewijs voor de opstanding behelsd in het feit dat de Heer aan de zijnen was verschenen en hen bezield had tot een nieuw overwinningsleven; … het is een oorspronkelijk, onafhankelijk, en zelfstandig onderdeel van het apostolisch getuigenis.” (Denney, zoals geciteerd in Smith, TS, 374)



