2B. Was Hij een krankzinnige?

Als het onvoorstelbaar is dat Jezus een leugenaar was, zou Hij dan ten onrechte hebben kunnen denken dat Hij God was? Je kunt tenslotte oprecht zijn en er toch naast zitten.

Maar we mogen niet vergeten dat het in een zo monotheïstische cultuur geen onschuldig fantasietje is om te denken dat je God bent en vervolgens aan anderen te vertellen dat hun 43uiteindelijke bestemming afhangt van hun geloof in jou; dat zou het idee van een volslagen krankzinnige zijn. Was Jezus Christus dat?

De christenfilosoof Peter Kreeft overweegt deze mogelijkheid en toont vervolgens aan waarom we haar moeten verwerpen:

Een maatstaf voor je gekte is de afmeting van de kloof tussen wat je denkt dat je bent en wat je werkelijk bent. Als ik denk dat ik de grootste filosoof van Amerika ben, ben ik alleen maar een arrogante dwaas; als ik denk dat ik Napoleon ben, zit er waarschijnlijk een steekje aan me los; als ik denk dat ik een vlinder ben, ben ik alle binding met de realiteit verloren. Maar als ik denk dat ik God ben, ben ik nog gekker omdat de kloof tussen al het eindige en de oneindige God veel groter is dat die tussen twee eindige zaken, zelfs een mens en een vlinder.

Dus waarom [was Jezus] geen leugenaar of een krankzinnige? …Bijna niemand die de evangeliën gelezen heeft kan die mogelijkheid oprecht en serieus overwegen. Het praktisch inzicht, de slimheid, de menselijke wijsheid, de aantrekkelijkheid van Jezus komen in de evangeliën met onvermijdelijke kracht tevoorschijn voor iedereen behalve de meest verharde en bevooroordeelde lezer… Vergelijk Jezus met leugenaars… of krankzinnigen zoals de stervende Nietzsche. Jezus heeft precies die drie eigenschappen in overvloedige mate, waaraan het leugenaars en krankzinnigen ontbreekt: (1) zijn gezonde verstand, zijn vermogen om mensenharten te lezen; (2) zijn diepe en uitnodigende liefde, zijn vermogen om mensen aan te trekken en hen het gevoel te geven dat ze thuis zijn en vergeving ontvangen hebben, zijn gezag: “niet zoals dat van de schriftgeleerden”; (3) zijn vermogen om te verbazen, zijn onvoorspelbaarheid, zijn creativiteit. Leugenaars en krankzinnigen zijn zo saai en voorspelbaar! Niemand die zowel de evangeliën als de mens kent zal serieus de mogelijkheid overwegen dat Jezus een leugenaar of een krankzinnige, een slecht mens was. (Kreeft, FOTF, 60, 61)

Zelfs Napoleon Bonaparte heeft in het openbaar verklaard:

Ik ken de mens; en ik zeg u dat Jezus Christus geen mens is. Oppervlakkige geesten zien een gelijkenis tussen Christus en de stichters van wereldrijken en de goden van andere religies. Die gelijkenis is er niet. De afstand tussen het christendom en welke andere godsdienst ook, is er een van oneindigheid… Alles in Christus verbaast me. Zijn geest imponeert me, zijn wil doet me versteld staan. Tussen Hem en wat ook ter wereld is geen enkele vergelijking mogelijk. Hij is werkelijk een wezen op Zichzelf. Zijn ideeën en gevoelens, de waarheid die Hij brengt, zijn manier van overtuigen, ze zijn niet te verklaren door menselijke organisatie of de aard der dingen… Hoe dichter ik nader, hoe zorgvuldiger ik kijk, alles gaat mijn verstand te boven – alles blijft groots, van een overweldigende grootsheid. Zijn religie is een openbaring afkomstig uit een verstand dat zeker niet menselijk is… Nergens, behalve in Hem, is een voorbeeld te vinden van zijn leven…. Ik zoek vergeefs in de geschiedenis naar iemand die vergelijkbaar is met Jezus Christus, of iets wat het evangelie zou kunnen benaderen. Noch de geschiedenis, noch de mensheid, noch de eeuwen, noch de natuur bieden mij iets waarmee ik het kan vergelijken of verklaren. Alles is hier uitzonderlijk. (Grounds, ROH, 37)

Hoewel hij een unitariër en een humanist was verwierp de negentiende-eeuwse William Channing de krankzinnigheidstheorie als een volkomen onbevredigende verklaring voor Jezus’ identiteit:

Overdreven, zelfbedrieglijk enthousiasme is wel het laatste waarvan we Jezus kunnen beschuldigen. Is daarvan ook maar één spoortje te vinden in zijn geschiedenis? Vinden we ze in de kalme gezaghebbendheid van zijn voorschriften? In de milde, praktische en goedgunstige geest van zijn godsdienst; in 44de onopgesmukte eenvoud van de taal waarin Hij zijn geweldige kracht en verheven godsdienstige waarheden ontvouwt; of in het gezonde verstand, de kennis van de menselijke natuur, die Hij altijd onthult in zijn beoordeling van en omgang met de verschillende klassen van personen met wie Hij contact had? Ontdekken we dit enthousiasme in het bijzondere feit dat Hij, terwijl Hij aanspraak maakte op de macht in de toekomstige wereld, en altijd de gedachten van de mens op de hemel richtte, nooit zijn eigen verbeelding de vrije loop liet of die van de discipelen stimuleerde met levendige beelden of gedetailleerde omschrijvingen van die ongeziene toestand? De waarheid is, dat, hoe opmerkelijk het karakter van Jezus ook was, het zich onderscheidde door niets meer dan kalmte en zelfbeheersing. Deze eigenschap doordrenkt al zijn andere uitmuntendheden. Hoe kalm was zijn vroomheid! Wijs me, als u kunt, op één heftige, gepassioneerde uitdrukking van zijn godsdienstige gevoelens. Ademt het gebed des Heren een koortsachtig enthousiasme? … Ook zijn goedgunstigheid, hoewel vol ijver en intens, was kalm en rustig. Hij verloor nooit zijn zelfbeheersing in zijn medeleven met anderen; liet zich nooit meeslepen in onbeheerste en ondoordachte filantropische ondernemingen; maar deed goed met de rust en de standvastigheid die een teken zijn van de voorzienigheid van God. (Schaff, TPOC, 98, 99)

Philip Schaff schreef: “Is een dergelijk intellect – helder als de hemel, verkwikkend als de berglucht, scherp en doordringend als een zwaard, door en door gezond en levendig, altijd alert en altijd zelfbeheerst – vatbaar voor een extreem en serieus waanidee over zijn eigen karakter en missie? Een absurde veronderstelling! (Schaff, TPOC, 97, 98)

De waarheid is dat Jezus niet alleen geestelijk gezond was, maar dat de adviezen die Hij gaf ons voorzien van de meest beknopte en accurate formule voor rust in ons gemoed en hart. Ik geniet van de manier waarop de psychiater T. Fisher dit verwoordt:

Als je alle gezaghebbende artikelen over mentale hygiëne die ooit geschreven zijn door de beste psychologen en psychiaters samenvoegde en die verfijnde en de overvloed aan woorden eruit sneed – als je het hele stuk vlees nam en de peterselie wegliet, en als je deze zuivere stukjes puur wetenschappelijke kennis beknopt liet verwoorden door de aller-bekwaamste dichter, dan zou je een onbeholpen en onvolledige samenvatting van de Bergrede overhouden. En vergeleken daarmee zou ze heel ongunstig afsteken. Al bijna tweeduizend jaar lang heeft de christelijke wereld het volledige antwoord op de rusteloosheid en de vruchteloze hunkering [van de mensheid] in handen. Hier … ligt een blauwdruk voor een geslaagd menselijk leven, met optimisme, geestelijke gezondheid en tevredenheid. (Fisher, AFBM, 273)

Geen enkele krankzinnige kan de bron zijn van dergelijk scherpzinnig en doeltreffend psychologisch inzicht. C. S. Lewis heeft gelijk. De enige bevredigende verklaring is die van de christen: “De historische moeilijkheid van het geven van een verklaring die niet ingewikkelder is dan de christelijke verklaring is bijzonder groot. De tegenspraak tussen de diepgang en de doordachtheid en (mag ik toevoegen) gehaaidheid van zijn morele onderwijs en de ongeremde grootheidswaan die achter zijn theologisch onderwijs moet liggen tenzij Hij inderdaad God is, is nooit bevredigend opgehelderd. Vandaar dat de niet-christelijke hypotheses elkaar opvolgen met de rusteloze vruchtbaarheid van de verbijstering.” (Lewis, MAPS, 113)


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Optimized by SEO Ultimate