3B. Hij is Heer!

Als Jezus van Nazaret geen leugenaar of krankzinnige is, dan moet Hij Heer zijn.

  • “U bent de Messias, de Zoon van de levende God” verklaarde Petrus (Matteüs 16:16).
  • “Ja Heer, ik geloof dat u de Messias bent, de Zoon van God die naar de wereld zou komen” beleed 45Marta van Betanië, de zus van Lazarus (Johannes 11:27).
  • “Mijn Heer, mijn God!” riep Tomas uit toen hij de opgestane Jezus voor zich zag staan (Johannes 20:28).
  • “Het begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God”, schrijft Marcus in de eerste zin van het nieuwtestamentische boek dat zijn naam draagt (Marcus 1:1).
  • “In Hem schittert Gods luister, Hij is zijn evenbeeld, Hij schraagt de schepping met zijn machtig woord; Hij heeft, na de reiniging van de zonden te hebben voltrokken, plaatsgenomen aan de rechterzijde van Gods hemelse majesteit”, stelt de schrijver van Hebreeën (Hebreeën 1:3).

Op het toneel van de geschiedenis zijn degenen die zichzelf tot god of verlosser uitriepen gekomen en gegaan, maar Jezus is er nog steeds, en Hij steekt met kop en schouders boven hen allemaal uit. De moderne historicus Arnold J. Toynbee besteedde bladzijden lang aan de bespreking van de zogenoemde ‘redders van de samenleving” – mensen die geprobeerd hebben om bepaalde sociale rampen of het uiteenvallen van de cultuur te voorkomen door het verleden te verheerlijken, of door naar de toekomst te wijzen, of door oorlogen aan te gaan of over vrede te onderhandelen, of door aanspraak te maken op wijsheid of goddelijkheid. Nadat hij in het zesde deel van zijn levenswerk Study of History zo’n tachtig pagina’s aan dergelijke personen gewijd heeft, komt Toynbee uiteindelijk aan bij Jezus Christus en ontdekt dat er geen vergelijking mogelijk is:

Toen we deze zoektocht aanvingen bevonden we ons te midden van een geweldig marcherend leger; maar naarmate we onze weg door de menigte baanden, vielen er steeds meer manschappen uit, compagnie na compagnie. De eersten die het opgaven, waren de zwaardvechters, de volgende de archaïsten, de volgende de futuristen, de volgende de filosofen, tot er uiteindelijk geen menselijke mededingers meer meeliepen. In de allerlaatste fase is ons samengeraapte troepje “verlossers”, menselijk en goddelijk, teruggebracht tot één compagnie van alleen maar goden; en nu wordt het uithoudingsvermogen van deze laatst overgebleven winnaars zwaar beproefd, ondanks hun bovenmenselijke kracht. Bij de laatste beproeving, die van de dood, zijn er maar weinigen, zelfs onder deze “verlossers” die hun titel aan de toets durven onderwerpen door in de ijskoude rivier te duiken. En terwijl we hier zo staan en onze ogen gericht zijn op de overkant, rijst er één eenzame figuur op uit de wateren, die onmiddellijk de hele horizon vult. Daar is de Verlosser, “en het voornemen des HEREN zal door zijn hand voortgang hebben. Om zijn moeitevol lijden zal hij het zien tot verzadiging toe.” (Toynbee, SOH, 278)

Het beslissen over wie Jezus Christus volgens jou is, mag geen loze intellectuele oefening zijn. Je kunt Hem niet afschuiven als een groot zedenleraar. Dat is geen geldige optie. Hij is of een leugenaar, of een krankzinnige, of de Heer. Je moet een keus maken. “Maar”, zoals de apostel Johannes schreef, “deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de Messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam” (Johannes 20:31).

De gegevens wijzen duidelijk naar Jezus als Heer. Toch verwerpen bepaalde mensen deze duidelijke bewijzen om hun morele consequenties. Er is morele oprechtheid nodig bij het overwegen of Jezus een leugenaar, een krankzinnige, of Heer en God is.

[1] Hoe gingen ze in de eerste eeuw om met leugenaars? Zie het stukje over Beëlzebul in de evangeliën. Dat was hun manier van omgaan met leugenaars en krankzinnigen.

[2] Welke bewijzen zijn hiervoor? Lees Keener, The IVP Bible Background Commentary: New Testament, (Intervarsity, 1993) en het boek van Everett Ferguson: Backgrounds of Early Christianity (Eerdmans, 2003).


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Optimized by SEO Ultimate