In de loop van de geschiedenis hebben mensen een scala van antwoorden gegeven op de vraag: “Wie is Jezus van Nazaret?” Wat hun antwoord ook was, niemand kan er onderuit dat Jezus werkelijk geleefd heeft en dat zijn leven de menselijke geschiedenis radicaal veranderd heeft. De wereldbekende historicus Jaroslav Pelikan maakt dit duidelijk: “Wat mensen persoonlijk ook over Hem mogen denken of geloven, Jezus van Nazaret is bijna twintig eeuwen lang de overheersende figuur in de geschiedenis van de westerse cultuur geweest. Als het mogelijk was om uit die geschiedenis met een soort supermagneet elk schraapseltje metaal te trekken dat ten minste een spoor van zijn naam draagt, hoeveel zou er dan overblijven? Het is vanaf zijn geboorte dat het grootste deel van het menselijke ras zijn tijdrekening dateert, het is in zijn naam dat miljoenen vloeken, en in zijn naam dat miljoenen bidden.” (Pelikan, JTC, 1)
Hoe groot is de invloed van Jezus geweest? In hun boek Wat als Jezus nooit geboren was? doen D. James Kennedy en Jerry Newcombe een poging om deze vraag, in elk geval gedeeltelijk, te beantwoorden.
Ze beginnen met de vooronderstelling dat de kerk – het lichaam van Christus – Jezus’ voornaamste 37nalatenschap aan de wereld is. Vervolgens onderzoeken ze welke gebeurtenissen in de geschiedenis blijk geven van de invloed van de kerk. Hier volgen enkele door hen genoemde “hoogtepunten”:
- Ziekenhuizen – de eerste waren er al in de middeleeuwen.
- Universiteiten – ontstonden ook in de middeleeuwen. Bovendien werd het merendeel van ’s werelds grootste universiteiten gesticht door christenen, voor christelijke doeleinden.
- Alfabetisering en scholing van het volk.
- Volksvertegenwoordiging – begon met het ‘Amerikaanse experiment’ aan het einde van de 18e eeuw.
- De scheiding der politieke machten.
- Burgerrechten.
- De afschaffing van de slavernij, zowel in oude als moderne tijden.
- Moderne wetenschap.
- De ontdekking van de Nieuwe Wereld door Columbus.
- Vrijgevigheid en weldadigheid; de ethiek van de Barmhartige Samaritaan.
- Hogere rechtsnormen.
- De verheffing van de gewone man.
- Achting voor het menselijk leven.
- De beschaving van vele barbaarse en primitieve culturen.
- De catalogisering en opschriftstelling van vele talen in de wereld.
- De verdere ontwikkeling van kunst en muziek. De inspiratie voor ’s werelds grootste kunstwerken.
- De talloze levens, veranderd van blok-aan-het-been naar aanwinst voor de maatschappij door middel van het evangelie.
- De eeuwige redding van talloze zielen! (Kennedy, WIJ, 3, 4)
Iedereen die de kerkgeschiedenis bestudeerd heeft, weet dat er in de kerk ook heel wat leiders en sekten geweest zijn die de hoogstaande, door Jezus verkondigde idealen schonden en zijn naam te schande maakten. Dikwijls verbreidden aanhangers van deze of gene sekte binnen het erkende christendom ideeën en gebruiken die lijnrecht ingingen tegen de liefde van Christus. De onderlinge vervolgingen van verondersteld christelijke groeperingen is hiervan een triest voorbeeld. En maar al te vaak kwam de kerk ergens achteraan wanneer mensen uit de wereld zich inzetten voor hoognodige veranderingen. Een voorbeeld daarvan zijn de burgerrechten voor de zwarte bevolking, al was, moeten we toegeven, het christelijke geloof een van de voornaamste motieven van de voorvechters van de vrijheid voor de rassen zoals Abraham Lincoln en Martin Luther King jr.
Alles in aanmerking genomen hebben de volgelingen van Jezus zich geweldige opofferingen getroost om anderen uit de modder te trekken. Jezus van Nazaret verandert al bijna twee millennia lang levens van mensen, en daarmee heeft Hij de ontwikkeling en het resultaat van de menselijke geschiedenis volkomen omgewerkt.
Wanneer we kijken naar de basisfeiten van Jezus’ leven, is de geweldige invloed die Hij heeft uitgeoefend niet minder dan ongelooflijk. Een negentiende-eeuwse schrijver verwoordde het zo:
Hij [Jezus] werd geboren in een onbetekenend stadje, als kind van een plattelandsvrouw. Hij groeide op in een ander dorp, waar Hij tot zijn dertigste in een timmermanswerkplaats arbeidde. Daarna reisde Hij drie jaar rond als prediker. Hij schreef nooit een boek. Hij hield nooit kantoor. Hij had nooit een gezin of een huis. Hij ging niet naar de middelbare school. Hij bezocht nooit een grote stad. Hij kwam nooit verder dan driehonderd kilometer van zijn geboorteplaats. Hij deed niets van de dingen die normaal gesproken samengaan met grootheid. Hij bezat geen enkel getuigschrift, behalve zichzelf.
Hij was pas drieëndertig toen de publieke opinie zich tegen Hem keerde. Zijn vrienden sloegen op de vlucht. Een van hen verloochende Hem. Hij werd overgeleverd aan zijn vijanden en onderworpen aan een rechtszitting die een schijnvertoning was. Hij werd aan een kruis gespijkerd tussen twee dieven.
Terwijl Hij stierf dobbelden zijn beulen om zijn kleding, zijn enige bezit op aarde. Toen Hij dood was, werd Hij in een geleend graf gelegd, dankzij het medelijden van een vriend. Negentien eeuwen zijn gekomen en gegaan, en vandaag de dag is Hij de centrale figuur van het menselijke ras.
Alle legers die ooit marcheerden, alle vloten die ooit uitvoeren, alle parlementen die ooit zitting hadden, alle koningen die ooit regeerden, hebben – zelfs bij elkaar genomen – het leven van de mens op aarde nooit zozeer beïnvloed als dit ene eenzame leven. (Kennedy, WIJ, 7, 8)
Dus wat geloofde Jezus nu over zichzelf? Hoe zagen anderen Hem? Wie was deze eenzame figuur? Wie is Jezus van Nazaret?
Jezus vond het van fundamenteel belang wat anderen over Hem geloofden. Het was geen onderwerp dat zich leende voor een neutraal standpunt of voor minder dan een eerlijke beoordeling van de feiten. C. S. Lewis, professor in de Engelse literatuur aan de universiteit van Cambridge en voormalig agnosticus, heeft deze waarheid vastgelegd in zijn boek Mere Christianity. Na een overzicht gegeven te hebben van bewijsmateriaal voor Jezus’ identiteit, schrijft Lewis:
Ik probeer hier te voorkomen dat iemand de werkelijk domme uitspraak doet die veel mensen over Hem doen: “Ik ben bereid om Jezus als een grote zedenleraar te aanvaarden, maar zijn bewering dat Hij God is aanvaard ik niet.” Dat is het enige wat we niet kunnen zeggen. Een man die slechts een man was en het soort dingen zei die Jezus zei, zou geen grote zedenleraar zijn. Hij zou ofwel een krankzinnige zijn – op gelijk niveau met de man die zegt dat hij een gekookt ei is – of Hij zou de duivel uit de hel zijn. Je moet een keuze maken. Of deze man was en is de Zoon van God; of hij was een gek of erger. Je kunt Hem opsluiten als een krankzinnige, je kunt op Hem spugen en Hem doden als een demon; of je kunt aan zijn voeten neervallen en Hem Heer en God noemen. Maar laten we niet aankomen met zulke arrogante onzin als “Hij was een geweldige menselijke leraar”. Hij heeft ons die keuze niet gelaten. Dat was ook niet zijn bedoeling. (Lewis, MC’52, 40, 41)
F. J. A. Hort wijst erop dat we, wat we ook over Jezus denken, wie Hij is niet kunnen scheiden van wat Hij zei: “Zijn woorden waren zo volkomen deel en uiting van Hemzelf dat ze geen betekenis hadden als abstracte waarheidsuitspraken, door Hem gedaan als goddelijk orakel of profeet. Verwijder Hem als het belangrijkste (maar niet uiteindelijke) voorwerp van al zijn beweringen en er blijft niets van over.” (Hort, WTL, 207)
Kenneth Scott Latourette, de grote historicus van het christendom aan de universiteit van Yale, zegt hetzelfde als Hort wanneer hij opmerkt: “Het is niet zijn leer die Jezus zo opmerkelijk maakt, hoewel alleen die al toereikend zou zijn om Hem te onderscheiden. Het is een combinatie van de leer met de man Zelf. De twee zijn niet uit elkaar te halen.” (Latourette, AHC, 44) Waar hij iets verderop aan toevoegt: “Het moet iedere oplettende evangelielezer duidelijk zijn dat Jezus zichzelf en zijn 39boodschap als onscheidbaar beschouwde. Hij was een groot leraar, maar Hij was meer. Zijn onderwijs over het koninkrijk van God, over het menselijk gedrag en over God was belangrijk, maar het was niet van Hem te scheiden, zonder het, vanuit zijn standpunt, geweld aan te doen.” (Latourette, AHC, 48)



