Thomas van Aquino stelt dat “waarheid wordt gedefinieerd door de overeenstemming van kennis met haar voorwerp; en het kennen van deze overeenstemming is dus het kennen van de waarheid.” (Van Aquino, ST, 1.16.2)
Thomas definieert waarheid als het overeenstemmen van het begrip met het begrepene:
Want alle kennis wordt verworven door middel van een zekere assimilatie van de kenner met het gekende, een assimilatie die de oorzaak is van de kennis. Zodoende is het zicht zich bewust van kleur, omdat het een modificatie ondergaat door het type van de kleur. De eerste manier waarop dat wat bestaat zich verhoudt tot het verstandelijke begrip ervan is dus door ermee te harmoniseren – een harmonisatie die wij het met elkaar in overeenstemming brengen van begrip en zaak noemen – en het is in deze overeenstemming dat het formele begrip waarheid bereikt wordt. (Van Aquino, OT, 1.1)
Vervolgens zegt Thomas: “Want de betekenis van waar bestaat uit een in overeenstemming brengen van zaak en begrip, en in overeenstemming brengen veronderstelt diversiteit, geen identiteit. Dus het idee van waarheid wordt pas gevonden in het begrip wanneer het begrip iets van zichzelf heeft wat de externe zaak niet bezit, maar wat in overeenstemming is met de zaak en naar verwachting daarmee in harmonie is.“ (Van Aquino, OT, 1.3)



