De relativist zou zeggen dat de bewering “Het potlood ligt links van het blok” betrekkelijk is omdat ze afhangt van de plek die jij inneemt ten opzichte van de tafel. Plaats is altijd relatief ten opzichte van het uitgangspunt, zeggen ze.
Waarheid kan ook tijdgebonden zijn. Er is een tijd geweest dat het volkomen waar was om te zeggen: “Reagan is president van Amerika.” Maar dat kun je nu toch niet meer beweren. Het was eens waar, maar nu niet. De waarheid van dergelijke beweringen is onherroepelijk afhankelijk van de tijd waarin ze gedaan zijn. (Geisler en Brooks, WSA, 256)
Dat perspectief is echter een gegeven in beweringen over tijd en plaats:
De uitleg van de relativist komt ondoordacht over. Wat betreft tijd en plaats is het perspectief van de spreker, temporeel en ruimtelijk, inbegrepen in de uitspraak. Bijvoorbeeld: “Reagan is president van Amerika”, uitgesproken in 1986, is waar en zal altijd waar zijn. Op geen enkel moment zal het ophouden waar te zijn dat Reagan in 1986 president was. Als iemand diezelfde woorden gebruikt in 1990, doet hij een nieuwe en andere waarheidsclaim, omdat de tegenwoordige tijd nu vier jaar afstaat van de context van de andere bewering. De ruimtelijke en temporele context van uitspraken is inherent aan de context die de betekenis van die uitspraken bepaalt. Maar als “Reagan is president van Amerika” (uitgesproken in 1986) altijd overal voor iedereen waar is, dan is het een absolute waarheid. Hetzelfde kan gezegd worden van het potlood op de tafel. Het perspectief van de spreker wordt begrepen als deel van de context. Het is een absolute waarheid. (Geisler en Brooks, WSA, 256)
Bovendien legt Mortimer J. Adler uit dat beweringen zoals “Dat kan dan waar geweest zijn in de middeleeuwen, maar nu is het niet waar meer”, of “Dat mag waar zijn voor primitieve volken, maar voor ons is het niet waar”, gegrond zijn op twee vormen van verwarring. Soms wordt waarheid verward met wat op een bepaald moment of een bepaalde plaats door een meerderheid van mensen als waar wordt gezien, zoals in het volgende voorbeeld:
Een deel van het menselijke ras hield het een aantal eeuwen geleden voor waar dat de aarde plat was. Die onware veronderstelling wordt nu algemeen verworpen. Dit moeten we niet zo uitleggen alsof de objectieve waarheid veranderd zou zijn – wat eens waar was, is nu niet meer waar. Waarin verandering gekomen is, is niet de waarheid van de zaak, maar de gangbaarheid van een mening die niet meer algemeen wordt aangehangen.
Een tweede soort verwarring volgt wanneer de ruimtelijke of temporele context van een bewering genegeerd wordt:
Het bevolkingscijfer van een land verandert door de tijd heen, maar een bewering over de grootte van de bevolking van een land op een bepaald moment blijft waar, ook wanneer deze bevolking, op een later moment, is toegenomen. De datumvermelding in een verklaring over de bevolkingsgrootte van de Verenigde Staten in een bepaald jaar zorgt ervoor dat die verklaring voor altijd waar blijft, mits ze in eerste instantie waar was. (Adler, SCI, 43)
Adler voegt daaraan toe: “De neiging om terug te deinzen voor wat velen geneigd zijn op te vatten als een schandelijke bewering is te bedwingen door in gedachten te houden dat de bewering niet uitsluit dat onze oordelen over wat waar of onwaar is van tijd tot tijd veranderen, en bovendien van plaats tot plaats verschillen. Wat veranderlijk en variabel is aan de omstandigheden van tijd en plaats zijn de meningen die we erop na houden met betrekking tot waar en onwaar, en niet wat objectief waar en onwaar is.” (Adler, SGI, 43)



