Het merendeel van de volgende bezwaren tegen de objectiviteit en dus de kenbaarheid van de geschiedenis, zijn overgenomen uit Charles A. Beards (1874 – 1948) essay: “That Noble Dream”. Zijn historisch relativisme heeft veel Amerikaanse historici in onze eeuw beïnvloed. Beards kritiek op de objectivistische kijk op de geschiedenis concentreert zich op zes terreinen.
1B. De geschiedenis is niet rechtstreeks waarneembaar
“De historicus is geen waarnemer van het verleden dat voor zijn tijd ligt. Hij kan het niet objectief bekijken zoals een scheikundige zijn reageerbuisjes en stofjes bekijkt. De historicus moet de actualiteit van de geschiedenis ‘bekijken’ door het medium van de documentatie. Dat is het enige waarop hij kan terugvallen.” (Beard, TND, zoals geciteerd in Stern, VH, 323, zijn nadruk)
2B. De historische verslagen zijn fragmentarisch van aard
“De documentatie (inclusief monumenten en andere overblijfselen) waarmee de historicus moet werken beslaat maar een klein deel van de gebeurtenissen en de personen die de actualiteit van de geschiedenis vormen. Met andere woorden: massa’s gebeurtenissen en personen ontsnappen aan de verslaglegging.” (Beard, TND, zoals geciteerd in Stern, VH, 323)
3B. De historische methodologie is selectief en geschiedkundige feiten worden interpretatief gestructureerd
“Niet alleen is de documentatie partieel, maar in slechts heel weinig gevallen kan de historicus er redelijk zeker van zijn dat hij alle documenten van een bepaalde periode, regio, of segment verzameld heeft. In de meeste gevallen gebruikt hij een partiële selectie of een partiële lezing van het partiële verslag van de massa’s gebeurtenissen en personen die betrokken zijn bij de actualiteit waarmee hij zich bezighoudt.” (Beard, TND, zoals geciteerd in Stern, VH, 324)
“Het idee dat er een complete en reële structurering bestond van gebeurtenissen in het verleden die te ontdekken valt door een partieel onderzoek van de partiële documentatie is niets dan een hypothese.” (Beard, TND, zoals geciteerd in Stern, VH, 324)
4B. De geschiedkundige kan onmogelijk waardeoordelen vermijden
“De geschiedkundige gebeurtenissen en personen lokken door hun aard uit tot ethische en esthetische overwegingen. Het zijn niet slechts gebeurtenissen in de natuurkunde of de scheikunde waarbij de ‘waarnemer’ neutraal kan blijven.” (Beard, TND, zoals geciteerd in Stern, VH, 324)
5B. Elke geschiedkundige is het product van zijn tijd en wereldbeeld
“De historicus die het verleden wil kennen, benadert de fragmentarische documentatie waarmee hij werkt niet met een volmaakt neutraal brein. … Wat voor zuiveringshandelingen de historicus ook onderneemt, hij blijft mens, een voortbrengsel van tijd, plaats, omstandigheden, interesses, voorkeuren, en cultuur.” (Beard, TND, zoals geciteerd in Stern, VH, 324)
6B. De keuze en ordening van materialen hangt af van de historicus
“In de selectie van zijn onderwerp en de keuze en ordening van zijn materialen zal het ik van de specifieke historicus binnensluipen.” (Beard, TND, zoals geciteerd in Stern, VH, 324)
Vandaar dat Beard tot de slotsom komt: “De macht van de historicus is beperkt. Hij is wellicht op zoek naar de ‘objectieve waarheid’ van de geschiedenis, of hij wil haar beschrijven ‘zoals ze werkelijk was’, maar dat lukt hem niet.” (Beard, TND, zoals geciteerd in Stern, VH, 325)



