Dat deze tegenwerping zelfweerleggend is moet ons niet ontgaan:
Sommige mensen zeggen dat er een andere soort van logica is, oosterse logica, die de gedachte aanhangt dat de werkelijkheid, in haar diepste kern, tegenstrijdigheden bevat. Maar de poging om welke universele wet ook geografisch te begrenzen is een logische onmogelijkheid. Volgens de oosterse logica kan de werkelijkheid logisch en onlogisch zijn. Maar als iets zowel logisch als onlogisch is, is dit een tegenstelling die niets betekent. Dus volgens de oosterse logica is alles uiteindelijk betekenisloos. Maar als alles betekenisloos is, geldt dat ook voor het onderscheid tussen westerse en oosterse logica. (Geisler en Bocchino, WAS, g.p.)
Mortimer Adler verklaart: “De grondbeginselen van de logica moeten net zo transcultureel zijn als de wiskunde waarmee de principes van de logica geassocieerd zijn. De principes van de logica zijn niet westers of oosters, maar universeel.” (Adler, TR, 36)
Adler legt uit dat alle technologie op “westers” denken gebaseerd is, zowel in het Oosten als in het Westen:
Overal waar men zich bedient van de vruchten van de technologie wordt de waarheid van de wiskunde en de natuurwetenschappen erkend. Als de onderliggende wiskunde en natuurwetenschappen niet waar waren, zou de technologie niet succesvol functioneren. Als de onderliggende wiskunde en natuurwetenschappen waar zijn, dan moet de onderliggende kijk op de werkelijkheid, namelijk dat ze geen inherente tegenstrijdigheden kent, ook waar zijn. Want als dat niet het geval was, zouden de conclusies van de empirische natuurwetenschappen niet waar zijn op grond van hun overeenstemming met de werkelijkheid.
Adler vervolgt: “Dat er een onafhankelijke werkelijkheid is waarmee onze proposities al dan niet kunnen overeenstemmen, blijkt uit de manier waarop door de technologie uitgedachte apparaten al dan niet werken.” (Adler, TR, 74)
Ravi Zacharias vertelt het volgende verhaal, dat licht werpt op de zinloosheid van een dergelijke manier van redeneren.
Het betoog van de professor werd gaandeweg enthousiaster. Hij sprak uitgebreid over het non-contradictieprincipe, en kwam uiteindelijk tot de conclusie: “Deze [of/of] logica is een westerse manier van kijken naar de werkelijkheid. Het echte probleem is dat je naar tegenspraak kijkt als westerling, terwijl je het als de oosterling zou moeten benaderen. Het zowel/als is de oosterse manier van kijken naar de werkelijkheid.”
Nadat hij een tijd over deze twee ideeën van of/of en zowel/als had uitgewijd vroeg ik hem ten slotte of ik zijn constante gedachtestroom mocht onderbreken om één vraag te stellen.
Ik zei: “Meneer, vertelt u mij dat ik, wanneer ik het hindoeïsme bestudeer, of het logische zowel/als-systeem gebruik, of anders niets?”
Er ontstond een doodse stilte die een eeuwigheid leek te duren. Ik herhaalde mijn vraag: “Vertelt u mij dat ik wanneer ik het hindoeïsme bestudeer of het logische zowel/als-systeem gebruik, of niets? Begrijp ik dat goed?”
Hij gooide zijn hoofd achterover en zei: “Daar lijkt het of/of op te duiken, niet?”
“Inderdaad, dat duikt hier op”, zei ik. “En om de waarheid te zeggen, zelfs in India kijken we naar beide kanten voordat we de straat oversteken – het is of de bus, of ik, en niet wij allebei.”
Zie je welke fout hij maakte? Hij gebruikte de of/of logica om het zowel/als te bewijzen. Hoe meer je inhakt op het non-contradictieprincipe, hoe meer het inhakt op jou. (Zacharias, CMLWG, 129)
Zacharias wijst bovendien op een aspect van de “oosterse” filosofie dat door velen niet erkend wordt:
“De hele onderwijsmethode van de grootste hindoefilosoof Shankara was behoorlijk Socratisch, aangezien hij ideeën niet op dialectische wijze beargumenteerde, met zowel/als, maar volgens een non-contradictoire methode, met of/of. Hij had de gewoonte zijn tegenstanders uit te dagen om te bewijzen dat hij ongelijk had, en zo niet, zich aan zijn gezichtspunt over te geven. Het punt is dus niet of we een oosterse of een westerse logica gebruiken. We gebruiken de logica die de werkelijkheid het beste weergeeft, en zowel het Oosten als het Westen veronderstelt impliciet of expliciet het non-contradictieprincipe.” (Zacharias, CMLWG, 130)



