1C. Specifieke voorbeelden

D. T. Suzuki zegt dat zen boven alle kritiek staat: “De zenmeester heeft door zijn satori een voorhoedepositie bereikt vanwaar hij in alle richtingen uitvallen doet naar het kamp van de tegenstander. Deze voorhoedepositie is niet gelegen op enig vaststaand punt in de ruimte, en kan niet door concepten of door enig op concepten gebaseerd systeem worden aangevallen. Zijn positie, die geen positie is in de gebruikelijke betekenis, kan daarom op geen enkele manier worden aangevallen door iets wat voortkomt uit het verstand.“ (Suzuki, LZ, 95)

Suzuki zegt dat zen zichzelf rechtvaardigt en zich niets gelegen laat liggen aan kritiek op tegenstrijdigheden:

Vanuit logisch taalkundig oogpunt bestrijden de twee zenmeesters elkaar en op geen enkele manier zijn ze tot elkaar te brengen. De een zegt “ja”, terwijl de ander “nee” zegt. Zolang het nee een ondubbelzinnige ontkenning is, en het ja een ondubbelzinnige bevestiging, bestaat er geen brug tussen de twee. En als dit het geval is, en dat is het blijkbaar, hoe kan zen deze tegenstrijdigheid dan toelaten en toch aanspraak blijven maken op een consequente leer, zou iemand kunnen vragen. Maar zen gaat ongestoord zijn eigen weg zonder enige aandacht te schenken aan dergelijke kritiek. Dat komt doordat zens eerste zorg ervaring is en niet de manieren waarop iets uitgedrukt wordt. Die laatste staan een grote mate aan variatie toe, waaronder paradoxen, tegenstrijdigheden, en dubbelzinnigheden. Volgens zen wordt de vraag van het is-zijn (isticheit) alleen beantwoord door een innerlijke ervaring en niet door er slechts over te discussiëren of door een taalkundig beroep te doen op dialectische subtiliteiten [tegenstellingen]. Zij die een werkelijke zenervaring hebben, zullen ondanks oppervlakkige discrepanties onmiddellijk herkennen wat waar is en wat niet. (Suzuki, MCB, 59)

Het vinden van tegenstrijdigheden in Suzuki’s werk is niet moeilijk. Hij was een vruchtbaar en expressief schrijver, maar hij bekommerde zich er blijkbaar niet in het minst om dat hij zijn eigen beweringen tegensprak.

Suzuki schrijft: “Als mij gevraagd wordt wat zen leert, zou ik antwoorden: zen leert niets.” Op een volgende pagina schrijft hij: “[Deze bekende gatha (uitspraak) van Jenye] geeft bij lange na niet uitputtend alles weer wat zen leert.” (Suzuki, IZB, 38, 58)

Suzuki schrijft de volgende zin in een verhaal over het antwoord van een zenmeester aan een leerling die geoefend wil worden in de waarheid van zen: “De zenmeester zei: ‘Er bestaat geen geest die gevormd moet worden, noch enige waarheid waarin men geoefend moet worden.’” Op de volgende bladzijde merkt Suzuki op: “Zij die (zo mogelijk) verstandelijk inzicht willen verkrijgen in de waarheid van zen, moeten eerst begrijpen wat deze strofe werkelijk betekent.” (Suzuki, IZB, 57-58)

Suzuki schrijft over de onmogelijkheid van het leveren van kritiek op zen omdat het alle dualisme te boven gaat:

Zen is dan ook geen mysticisme, hoewel het iets kan hebben dat daaraan doet denken. Zen leert geen opgaan in, geen vereenzelviging of vereniging, want al deze ideeën zijn afgeleid van een dualistisch begrip van het leven en de wereld. In zen is een heelheid van dingen, die weigert zich te laten analyseren of opdelen in allerlei antithesen. Er wordt wel gezegd dat zen lijkt op een ijzeren wapenstok zonder gaten of handvatten om hem rond te slingeren. Je kunt hem op geen enkele manier vastgrijpen; met andere woorden, hij is onder geen enkele categorie te vangen. Zo moet ook van zen gezegd worden dat het een unieke discipline is in de geschiedenis van de menselijke cultuur, religieus en filosofisch. (Suzuki, SZ, 146)


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Optimized by SEO Ultimate