Over zekerheid en verstandelijke overtuiging

Hoe zeker kunnen we zijn met betrekking tot de waarheid? Het antwoord is dat we verschillende gradaties van zekerheid hebben met betrekking tot verschillende waarheden. In de meeste gevallen hebben we over de waarheden van het christendom morele of praktische zekerheid.

Frederick D. Wilhelmsen: “Overeenstemming met een vaste verstandelijke overtuiging neemt drie vormen aan: (a) metafysisch, waarbij er geen enkele mogelijkheid is dat het tegenovergestelde waar is; (b) fysisch; en (c) moreel, waarbij er een zeer kleine mogelijkheid is dat het tegendeel waar is, maar we niet voldoende reden hebben om de denken dat deze mogelijkheid in de situatie in kwestie gerealiseerd zal worden.” (Wilhelmsen, MKR, 171)

Overeenstemming met een overtuiging: “Overeenstemming is een bewuste onderkenning van en inzet voor de waarheid. … Overeenstemming is de verstandelijke bekrachtiging van de propositie die datzelfde verstand heeft opgesteld.” (Wilhelmsen, MRK, 157)


Er zijn vier soorten natuurlijke zekerheid:

Logische zekerheid. Logische zekerheid wordt voornamelijk aangetroffen in de wiskunde en de zuivere logica. Deze soort van zekerheid is in het spel wanneer het tegenovergestelde een innerlijke tegenspraak zou zijn. Iets is zeker in deze betekenis wanneer het op geen enkele logische wijze onwaar zou kunnen zijn. Omdat de wiskunde reduceerbaar is tot de logica past ze in deze categorie. We treffen logische zekerheid aan in stellingen zoals 5 + 4 = 9 en in tautologieën of stellingen die per definitie waar zijn: alle cirkels zijn rond, en geen enkele driehoek is een vierkant.

Metafysische zekerheid. Er zijn echter enkele dingen waarvan we absoluut zeker kunnen zijn, maar die niet onder de inhoudsloze stellingen vallen. Zo weet ik zeker dat ik besta. Dit is onloochenbaar waar, omdat ik mijn bestaan niet kan ontkennen zonder dat ik besta om die ontkenning uit te kunnen spreken. Ook eerste beginselen zijn zeker, omdat het subject en het predicaat hetzelfde zeggen: “Zijn bestaat.” “Niet-zijn is niet zijn.” “Niet-zijn kan geen zijn voortbrengen” is ook zeker, omdat voortbrengen een voortbrenger vooronderstelt.

Morele zekerheid. Van morele zekerheid is sprake wanneer het bewijs zo groot is dat het verstand geen enkele reden heeft om zijn veto uit te spreken over de wil om te geloven dat het zo is. Mensen hebben volkomen vertrouwen in een morele zekerheid. Natuurlijk bestaat de logische mogelijkheid dat dingen waarvan wij moreel zeker zijn, onwaar zijn. Echter, het bewijs is zo groot dat er geen reden is om te geloven dat het onwaar is. In juridische termen is dit wat bedoeld wordt met “boven alle redelijke twijfel verheven”.

Praktische zekerheid (grote waarschijnlijkheid). Praktische zekerheid is minder sterk dan morele zekerheid. Mensen zeggen dat ze zeker zijn van dingen die naar hun overtuiging hoogst waarschijnlijk waar zijn. Zo kan iemand er zeker van zijn dat ze vandaag ontbeten heeft, zonder dit wiskundig of metafysisch te kunnen bewijzen. Het is waar, tenzij iets haar waarneming veranderd heeft, zodat ze ertoe misleid werd te denken dat ze ontbeten had. In deze zaken is het mogelijk dat men zich vergist. (Geisler, BECA, 122)


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Optimized by SEO Ultimate