1A. Inleiding

Op dit punt moeten we reageren op een aantal belangrijke filosofische bezwaren tegen het kenbaar zijn van waarheid. De meest recente tegenwerpingen dienen zich aan onder de vermomming van het postmodernisme. Waarom moeten we een weerwoord geven aan filosofen als Lyotard en Derrida, die met hun filosofieën de huidige cultuur doordrenkt hebben? Omdat, zoals C. S. Lewis zei: “Nu onwetend en achterlijk te zijn – niet in staat de vijanden tegemoet te treden op hun eigen terrein – zou hetzelfde zijn als onze wapens neer te gooien, en daarmee onze onopgeleide broeders te duperen, die, onder God, op ons na geen enkele verdediging hebben tegen de intellectuele aanvallen van de heidenen. Er moet goede filosofie zijn, al was het alleen maar om een weerwoord te geven aan slechte filosofie.” (Lewis, WG, 28)

“Tussen 1960 en 1990”, schrijft Stanley J. Grenz in zijn boek A Primer to Postmodernism, “kwam het postmodernisme op als cultuurverschijnsel”, wat in vele opzichten gestimuleerd werd door het aanbreken van het informatietijdperk. Grenz suggereert dat als de fabriek het symbool is van het industriële tijdperk, de computer het symbool is van het informatietijdperk, dat gelijk opgaat met de verbreiding van het postmodernisme. (McDowell & Hostetler, NT, 36-37)

Het postmodernisme is complex, en de beweringen ervan zijn soms tegenstrijdig. Toch weet Lawrence Cahoone het wezen ervan weer te geven in zijn boek From Modernism to Postmodernism. “Simpel gezegd, ze beschouwen het [postmodernisme] als een verwerping van het gros van de intellectuele pijlers van de moderne westerse beschaving. … In elk geval beschouwt het postmodernisme bepaalde belangrijke principes, methoden of ideeën die kenmerkend zijn voor de moderne westerse cultuur als verouderd of onwettig.” (Cahoone, MPM, 2) Het postmodernisme staat voor de verwerping van de filosofie waardoor het westerse denken sinds zijn ontstaan gekenmerkt wordt.


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Optimized by SEO Ultimate