Rorty beweert: “Voor de pragmatist [postmodernist] zijn ware zinnen niet waar omdat ze overeenstemmen met de werkelijkheid, en dus is er geen noodzaak ons druk te maken over de vraag met welke eventuele werkelijkheid een bepaalde zin overeenstemt – geen noodzaak ons druk te maken over wat hem waar ‘maakt’”. (Rorty, CP, xvi)
Rorty ontkent dat waarheid en werkelijkheid overeenstemmen:
[De pragmatist] deelt met de positivist de gedachte van Bacon en Hobbes dat kennis macht is, een instrument om met de werkelijkheid om te gaan. Maar hij voert deze gedachte tot het uiterste door, wat de positivist niet doet. Hij laat de notie van waarheid als overeenstemming met de werkelijkheid volkomen los, en zegt dat de moderne wetenschap ons niet in staat stelt het leven aan te kunnen omdat er overeenstemming is, maar alleen dat ze ons in staat stelt het leven aan te kunnen. Zijn argument voor dit gezichtspunt is dat honderden jaren van inspanning geen enkele interessante invulling hebben kunnen geven aan het begrip ‘overeenstemming’ (ofwel tussen gedachten en dingen of tussen woorden en dingen). (Rorty, CP, xvii)
Rorty stelt, in overeenstemming met Kuhn en Dewey: “Kuhn en Dewey doen de suggestie om het idee van een wetenschap die op weg is naar een doel dat ‘overeenstemming met de werkelijkheid’ genoemd wordt, los te laten, en in plaats daarvan alleen te zeggen dat een bepaald vocabulaire voor een bepaald doel beter werkt dan een ander.” (Rorty, CP, 193)
Grenz vat samen: “Richard Rorty gooit op zijn beurt de klassieke notie van waarheid als een afspiegeling van de natuur door ofwel het denken of de taal, overboord. Waarheid wordt noch door de overeenstemming van een bewering met een objectieve werkelijkheid, noch door de interne samenhang van de beweringen zelf bepaald, zegt Rorty. Hij zegt dat we de zoektocht naar de waarheid maar moeten opgeven en tevreden zijn met interpretaties.” (Grenz, PP, 6)
Walter Truett Anderson verklaart het standpunt van vele postmodernisten tegenover waarheid: “Omringd door zoveel waarheden ontkomen we er niet aan ons beeld van de waarheid op zich te herzien: onze overtuigingen over overtuigd-zijn. Meer en meer mensen raken gewend aan de gedachte dat, zoals de filosoof Richard Rorty zegt, waarheid gemaakt wordt in plaats van gevonden.” (Anderson, TT, 8)
Richard Tarnas trekt dit standpunt door: “Het denken is geen passieve weerspiegeling van een externe wereld en zijn intrinsieke orde, het is actief en creatief in het proces van waarneming en cognitie. Werkelijkheid [waarheid] wordt in zekere zin geconstrueerd door het denken, en daar niet eenvoudigweg door waargenomen, en er zijn veel van dergelijke constructies mogelijk, zonder dat er één noodzakelijkerwijs soeverein is. … Vandaar dat de aard van waarheid en werkelijkheid … extreem ambigue is. “ (Tarnas, PWM, 396 -397)
Pauline Marie Rosenau geeft een praktisch voorbeeld: “Waar de rol van de moderne therapeut zou zijn om de cliënt te helpen de zaken op een rijtje te krijgen, onder de oppervlakte te steken en een beter zicht op de werkelijkheid te krijgen, heeft de postmoderne therapeut die bedoeling helemaal niet. Er valt geen ware werkelijkheid te ontdekken. (Rosenau, PMSS, 89)
Grenz verheldert het postmoderne standpunt:
Volgens postmoderne denkers is dit grote realistische ideaal [dat waarheid in uiterste instantie overeenstemt met de werkelijkheid] niet langer houdbaar. Ze verwerpen de elementaire veronderstelling waarop het gebaseerd is – namelijk, dat we leven in een wereld die bestaat uit fysieke objecten die gemakkelijk te duiden zijn aan de hand van hun inherente kenmerken. Ze redeneren dat we niet simpelweg naar een wereld kijken die ‘buiten ons’ is, maar dat we de wereld construeren met gebruik van concepten die wij zelf inbrengen. Ze beweren dat we buiten onze eigen constructie van de wereld geen vast referentiepunt hebben van waaruit we een zuiver objectief beeld kunnen krijgen van welke werkelijkheid er ook buiten ons mag zijn. (Grenz, PP, 41)
Middleton en Walsh geven een samenvatting van de gedachtegang achter de postmoderne afwijzing van de correspondentietheorie van de waarheid [die zegt dat waarheid en werkelijkheid met elkaar in overeenstemming zijn]:
Hoewel de moderniteit nooit simpelweg een intellectuele beweging geweest is, berustte het moderne project op de aanname dat de waarheidsvinding van het kennende autonome subject bestond uit de vaststelling van een overeenstemming tussen een objectief “gegeven” werkelijkheid en de gedachten of de aannames van het kennende subject. In het postmoderne denken is een dergelijke overeenstemming een onmogelijkheid, omdat we geen toegang hebben tot iets wat “werkelijkheid” zou heten, behalve dat wat we als werkelijkheid “representeren” in onze concepten, taal, en debat [discours]. Richard Rorty zegt dat ons, aangezien we nooit oog in oog met waarheid komen te staan “behalve in een zelfgekozen omschrijving” niet de luxe of de pretentie gegund wordt om aanspraak te maken op een naïeve, rechtstreekse toegang tot de wereld. We treden nooit buiten onze kennis om de juistheid ervan te toetsen aan een “objectieve” werkelijkheid. Onze toegang verloopt altijd door middel van onze talige en conceptuele constructies. (Middleton, FPS, zoals geciteerd in Phillips, CAPW, 134)



