1B. Wonderen zijn bovennatuurlijke handelingen van God

Thomas van Aquino maakt onderscheid tussen de uitwerking van eindige en oneindige macht:

Wanneer een eindige macht datgene uitwerkt waartoe hij bestemd is, is dit geen wonder, hoewel het een zaak van verwondering kan zijn voor iemand die die macht niet kent. Zo kan het verbazingwekkend zijn voor onwetende mensen dat een magneet ijzer aantrekt of dat een paar visjes een schip kunnen tegenhouden. Maar de potentie van elk schepsel is beperkt tot een duidelijk afgebakende uitwerking of tot bepaalde uitwerkingen. Dus wat er ook verricht wordt door de kracht van welk schepsel ook, het kan niet echt een wonder genoemd worden, zelfs al wekt het de verbazing van degene die geen inzicht in de macht van dit schepsel heeft. Maar wat wordt verricht door de goddelijke kracht, die omdat hij oneindig is, in zichzelf onbevattelijk is, is werkelijk wonderbaarlijk. (Van Aquino, SCG, 3.102.3, 83)

Anthony Flew stelt dat “wonder een term is die op verschillende manieren verkeerd begrepen wordt, maar over het algemeen wordt opgevat als een handeling die blijk geeft van goddelijke kracht door opheffing van of verandering in de normale werking van de natuurwetten.” (Flew, DP, 234)

C. S. Lewis merkt op: “Ik gebruik het woord Wonder met de betekenis van een ingrijpen in de natuur door een bovennatuurlijke kracht.” (Lewis, M, 5)

Richard L. Purtill noemt vier kenmerken van een wonder: “Een wonder is een gebeurtenis (1) die wordt uitgewerkt door de macht van God, en wel (2) een tijdelijke (3) uitzondering (4) op het normale verloop van de natuur (5) met als doel het aantonen dat God handelend is opgetreden in de geschiedenis.” (Purtill, DM, zoals geciteerd in Geivett, IDM, 72)


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Optimized by SEO Ultimate