Het christelijk geloof is een objectief geloof; het moet dus een object hebben. Het christelijke concept van een “verlossend” geloof is een geloof dat getuigt van een relatie met Jezus Christus (het object) en staat loodrecht tegenover het doorsnee “filosofische” gebruik van de term geloof in de hedendaagse klaslokalen. Wij weigeren het cliché “Het maakt niet uit wat je gelooft, zolang je maar genoeg gelooft” te aanvaarden.
Laat me dit illustreren. Ik had eens een debat met het hoofd van de filosofieafdeling van een universiteit in het Midden-Westen. Bij het beantwoorden van een van de vragen noemde ik toevallig het belang van de opstanding. Op dit punt kwam mijn opponent tussenbeide en zei tamelijk sarcastisch: “Kom nou, McDowell, de vraag is niet of de opstanding plaatsgevonden heeft of niet; maar: ‘Geloof je dat ze plaatsgevonden heeft?’” Wat hij bedoelde (en feitelijk boud beweerde) was dat mijn geloven het belangrijkste was. Ik gaf onmiddellijk terug: “Meneer, het is van belang waarin ik als christen geloof, omdat de waarde van het christelijk geloof niet ligt in degene die gelooft, maar in degene in wie men gelooft, het object ervan.” Ik vervolgde: “Als iemand mij kan aantonen dat Christus niet uit de doden is opgewekt, zou ik geen verdedigbaar recht hebben op mijn christelijke geloof.” (1Korintiërs 15:14)
Het christelijk geloof is geloof in Christus. De waarde ervan ligt niet in degene die gelooft, maar in Degene op wie het geloof gericht is – niet in degene die vertrouwt, maar in Degene op wie het vertrouwen gevestigd is.
Onmiddellijk na dat debat kwam er een moslim naar me toe die, in een bijzonder stichtelijk gesprek, heel eerlijk zei: “Ik ken veel moslims met meer vertrouwen in Mohammed dan sommige christenen in Christus.” Ik zei: “Dat kan wel zo wezen, maar de christen is ‘gered’. Zie je, het maakt niet uit hoeveel geloof je hebt, het gaat erom wie het object van je geloof is; dat is belangrijk vanuit de christelijke kijk op het geloof. “
Ik hoor geregeld studenten zeggen: “Sommige boeddhisten zijn meer toegewijd en hebben meer geloof in Boeddha [wat duidt op een misinterpretatie van het Boeddhisme], dan sommige christenen in Christus.” Daarop kan ik alleen maar antwoorden: “Misschien wel, maar de christen is gered.”
Paulus zei: “Ik weet in wie ik mijn vertrouwen heb gesteld.” Dit verklaart waarom het christelijke evangelie zich concentreert op de persoon van Jezus Christus.
John Warwick Montgomery schrijft: “Als onze ‘Christus van het geloof’ hoe dan ook afwijkt van de Bijbelse ‘Jezus van de geschiedenis’, dan verliezen wij naar de mate van die afwijking ook de ware Christus van het geloof. Zoals een van de grootste christenhistorici van onze tijd, Herbert Butterfield, gesteld heeft: ‘Het zou een gevaarlijke dwaling zijn om te veronderstellen dat de kenmerken van een historische religie gehandhaafd zouden blijven wanneer de Christus van de theologen werd losgemaakt van de Jezus van de geschiedenis.’” (Montgomery, SP, 145)
Met andere woorden, de houding die we moeten vermijden is: “Breng mij niet in verwarring met de feiten, ik heb mijn beslissing genomen.” Voor de christen zijn de historische feiten die vermeld worden in de Bijbel essentieel. Dat is waarom de apostel Paulus zei: “Als Christus niet is opgewekt, is onze verkondiging zonder inhoud en uw geloof zinloos… als Christus niet is opgewekt, is uw geloof nutteloos, bent u nog een gevangene van uw zonden” (1Korintiërs 15:14, 17).



