3C. Het verschil tussen mythe en geschiedenis

De nieuwtestamentische schrijvers wisten heel goed het verschil tussen mythen, legendes en de realiteit.

S. Estborn vertelt in Gripped by Christ over een man genaamd Anath Nath die een overtuigd hindoe was. Nath “bestudeerde zowel de Bijbel als de Shastra’s. Twee Bijbelse thema’s hielden hem in het bijzonder bezig: ten eerste, de realiteit van de vleeswording, en ten tweede, de verzoening van de menselijke zonde. Hij probeerde deze leerstukken in overeenstemming te brengen met de hindoegeschriften. Hij vond een parallel met Christus’ offer van zichzelf in Prajapati, de vedische scheppergod. Hij zag ook een essentieel verschil. Waar de vedische Prajapati als een mythologisch symbool wordt toegepast op diverse figuren, is Jezus van Nazaret een historische persoon. ‘Jezus is de ware Prajapati’ zei hij, ‘de ware Redder van de wereld.’” (Estborn, GBC, 43)

J.B. Phillips, geciteerd door E.M. Blaiklock, stelt: “’Ik heb, in het Grieks en het Latijn, massa’s mythen gelezen, maar hierin heb ik geen vleugje mythe gevonden.’ De meeste mensen die hun Grieks en Latijn kennen zouden het met hem eens zijn, wat hun houding tegenover de nieuwtestamentische verhalen ook is.” (Blaiklock, LA, 47)

C.S. Lewis is ongetwijfeld een letterkundige die ermee zou instemmen dat de Bijbelse verhalen niet mythologisch of legendarisch zijn. In een opmerking over het evangelie van Johannes haalt Lewis uit naar critici die denken dat het evangelie niet historisch is:

Als hij [de Bijbelcriticus] mij vertelt dat iets in een evangelie legende of geromantiseerd is, wil ik weten hoeveel legendes en romans hij gelezen heeft, hoe goed zijn verhemelte is geoefend in het onderscheiden van de smaak daarvan; niet hoeveel jaar hij heeft doorgebracht met dat evangelie …Lees de gesprekken [in Johannes]: dat met de Samaritaanse vrouw bij de put, of dat wat volgt op de genezing van de blindgeborene. Kijk naar de beelden erin: Jezus, met zijn vinger in het zand krabbelend (als ik dat woord mag gebruiken); het onvergetelijke … [‘en het was nacht’] (xiii,30). Ik heb mijn hele leven gedichten, romans, visionaire literatuur, legenden en mythen gelezen. Ik weet wat het zijn. Ik weet dat geen enkele ervan hier op lijkt. (Lewis, CR, 154, 155)


© 2009 Stichting Agapè & Josh McDowell Ministries

Optimized by SEO Ultimate