“Jullie christenen lijken te denken dat jullie manier de enige is en dat alle andere gezichtspunten verkeerd zijn. Nogal intolerant. Waarom aanvaarden jullie andere mensen en wat zij geloven niet ook als waarheid?”
Deze kritiek weerspiegelt het gezichtspunt van een nieuwe definitie van het woord “tolerantie”. Van Dale definieert “tolereren” als “dulden, verdragen, gedogen, toelaten”. De apostel Paulus verwoordde dit begrip toen hij zei: “Alles verdraagt ze” (over de liefde; 1Korintiërs 13:7). Maar tegenwoordig wordt er systematisch een nieuwe definitie van tolerantie aan het denken van de mensen opgedrongen. Bij wijze van voorbeeld: Thomas A. Helmbock, uitvoerend vice-voorzitter van de Lambda Chi Alpha-sociëteit zegt: “De definitie van de nieuwe … tolerantie is dat de overtuigingen, levenswijze en perceptie van waarheidsaanspraken gelijkwaardig zijn… Jouw overtuigingen en mijn overtuigingen zijn gelijkwaardig, en alle waarheid is relatief.” (Helmbock, IT, 2)
Deze misvatting veronderstelt dat waarheid inclusief is, dat ze tegengestelde beweringen onder haar vleugels neemt. Het feit is echter dat alle waarheid exclusief is – in elk geval tot bepaalde hoogte – omdat ze als onwaar moet uitsluiten wat niet waar is.
Zo is het waar dat Amsterdam de hoofdstad van Nederland is. Dat betekent dat geen enkele andere stad in Nederland de hoofdstad van dit land is. Feitelijk kan zelfs geen enkele andere stad op de planeet Aarde of waar ook in het heelal rechtmatig aanspraak maken op de titel hoofdstad van Nederland. Er is maar één stad die daarvoor in aanmerking komt, en dat is Amsterdam.
Hetzelfde geldt voor het christendom. Als wat het christelijk geloof beweert waar is – en veel mensen aanvaarden het als waar – dan zijn die mensen niet intoleranter in hun geloof dan de mensen die aanvaarden dat Amsterdam de hoofdstad van Nederland is. Ze hebben of gelijk, of ongelijk over hoe God zichzelf in de wereld geopenbaard heeft. Als ze gelijk hebben, dan is er werkelijk geen andere manier om bij God te komen dan door Christus. Als ze ongelijk hebben, dan is het christendom onwaar. Het gaat niet om tolerantie. Het gaat om waarheid.
De misvatting van de intolerantie veronderstelt dat je je als mens nooit ergens op moet vastleggen, zelfs wanneer de bewijzen maar één mogelijkheid overlaten. Waarom zou je dat doen? Het lijkt nogal onredelijk, zoals de apologeten Norman Geisler en Ron Brooks aangeven:
Natuurlijk is het goed om ruimte te laten voor de mogelijkheid dat je ongelijk hebt, en nooit goed om vast te houden aan een standpunt ongeacht alle bezwaren ertegen. Je moet ook nooit een vast besluit nemen zonder onbevooroordeeld alle bewijzen onderzocht te hebben. … [Maar] moeten we nog steeds open blijven staan voor alle mogelijkheden wanneer alle argumenten duidelijk maken dat er maar één conclusie mogelijk is? Dat is hetzelfde als de dwaling van het met oogkleppen voor lopen… Wat als dat absolute standpunt “waar” is? Wordt openheid ook niet absoluut genomen? Op de lange termijn kan openheid niet werkelijk “waar” zijn tenzij het gaat om openheid voor een aantal werkelijke absoluutheden die niet te ontkennen zijn. (Geisler, WSA, 259)
Het is degene die, ondanks de sterke bewijzen die het christendom ondersteunen, niet gelooft, die werkelijk intolerant is en met oogkleppen voor loopt.



