Omdat het verdedigen van een atheïstisch standpunt zo problematisch is, kiezen de meeste ongodsdienstige mensen voor het standpunt van het agnosticisme.
Ook deze term is een samenstelling van twee Griekse woorden: a, dat “geen” betekent, en gnosis, dat “kennis” betekent. De term betekent dus simpelweg: “geen kennis”. En agnosticus is er niet zeker van of God bestaat.
De filosofische interpretatie van het agnosticisme wijkt vaak af van de populaire kijk er op. Kant en anderen meenden dat we niet kunnen weten of God bestaat. De meeste agnostici zullen zeggen dat ze agnostisch zijn omdat ze niet weten of God bestaat. De eerste groep heeft de mogelijkheid van het kennen van God volkomen uitgebannen. De tweede wacht nog steeds, en weet alleen dat ze op dit moment geen kennis van God heeft. Er zijn dus twee verschillende manieren om “geen kennis” te definiëren. De eerst is dat er geen kennis mogelijk is. De tweede is dat er geen kennis verkregen is.
Kants kennistheorie leidt tot agnosticisme, de bewering dat niets van de werkelijkheid kenbaar is. Norman Geisler merkt op: “In zijn ongelimiteerde vorm beweert [het agnosticisme] dat alle kennis over de werkelijkheid (d.i.: waarheid) onmogelijk is. Maar dit wordt aangedragen als waarheid over de werkelijkheid.” (Geisler, CA, 135)
Geisler en Peter Bocchino vatten samen hoe deze bewering zichzelf in de weg staat: “De zwakke plek in Kants harde agnostische standpunt is dat hij zegt kennis te hebben van wat hij onkenbaar verklaart. Met andere woorden, als het waar was dat de werkelijkheid niet gekend kan worden, zou niemand, Kant incluis, dat weten. Kants harde agnosticisme komt neer op de bewering: “Ik weet dat er niets over de werkelijkheid te weten valt.” (Geisler en Bocchino, WAS, g.p.)
De meeste mensen beperken het agnosticisme echter tot het geloof dat je niet kunt weten of God bestaat, maar zeggen niets over andere werkelijkheidsaspecten.



